Belegger is zelf zijn grootste vijand

Belegger is zelf zijn grootste vijandEr is interessant nieuw wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over de fouten die beleggers maken. Er werden (onder Zweedse beleggers) vijf gedragingen aangetoond die maar tot één conclusie kunnen leiden: de belegger is vooral zelf zijn grootste vijand.

In één van zijn meeste recente columns maakte Jason Zweig ons attent op een… Belegger is zelf zijn grootste vijand Er is interessant nieuw wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over de fouten die beleggers maken. Er werden (onder Zweedse beleggers) vijf gedragingen aangetoond die maar tot één conclusie kunnen leiden: de belegger is vooral zelf zijn grootste vijand.

In één van zijn meeste recente columns maakte Jason Zweig ons attent op een interessante wetenschappelijke studie onder Zweedse beleggers. De studie, getiteld Why Do Individuals Exhibit Investment Biases?’, werd verricht door Henrik Cronqvist en Stephan Siegel. De uitkomsten van deze studie sluiten naadloos aan bij die van andere studies, waarvan ik er een aantal besprak in mijn column van 26 januari dit jaar Trading is gevaarlijk’.

De onderzoekers Cronqvist en Siegel hebben gebruik gemaakt van een unieke database, zo merkt Zweig terecht op. In Zweden verzamelt de overheid van iedere belastingbetaler zijn gehele beleggingsprofiel, welke individuele titels ze hebben en welke transacties ze hebben uitgevoerd. De onderzoekers hebben deze gegevens verzameld over de periode van 1999 tot en met 2007 en hebben vervolgens gekeken welk beleggingsgedrag de Zweden hebben laten zien.

De studie concentreerde zich dus niet zozeer op wat voor rendementen er werden behaald, maar meer of Zweedse beleggers gevoelig waren voor bekende psychologische geaardheden/neigingen. En dat waren ze. De bekende valkuilen deden zich inderdaad voor.

Meer specifiek was er sprake van:

1. Gebrek aan diversificatie (wat door de onderzoekers werd aangetoond doordat er een voorkeur is voor beleggen in eigen land);

2. Te veel handelen (zie voor meer informatie ook de bovengenoemde column);

3. Te veel terughoudendheid in het nemen van verliezen (het bekende l.l.-fenomeen, ofwel het laat-maar-lopen-fenomeen, waardoor er te lang geld geblokkeerd blijft in slechte beleggingen);

4. Performance chasing’, ofwel de neiging iets te kopen dat het in de voorbije periode goed heeft gedaan;

5. De neiging te snel rijk te willen worden.

Er zijn nog twee andere interessante bevindingen het memoreren waard. Ten eerste dat er geen bewijs is dat opleiding invloed heeft op bovengenoemde geneigdheden. Met andere woorden, beter opgeleiden hebben niet minder last van de psychologische geaardheden die succesvol beleggen in de weg staan.

Ten tweede bleek dat mensen, die dezelfde genetische achtergrond hebben, in dezelfde mate de bovengenoemde fouten neigen te maken. Dit laatste werd aangetoond door naar het gedrag van tweelingen te kijken. Dat genetische achtergrond een rol speelt, kwam vooral tot uiting bij het gebrek aan diversificatie. Even plat gezegd, wat de boer niet kent, eet hij niet’ is vooral een familiale aangelegenheid.

Zweig merkt tot slot op dat de marketeers van financiële dienstverleners waarschijnlijk met goede redenen in hun marketinguitingen gebruik maken van zaken als urgentie’, bekendheid’ en potentiële snelle winsten’. Beleggers zijn immers geboren met de (aangeboren) neigingen om bijvoorbeeld te weinig te diversifiëren, te veel te handelen en achter hot returns’ aan te lopen.

Harry Geels
Inmaxxa

Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.