Ben Bernanke is een Keynesiaan

Keynes schreef in zijn General Theory niet hoofdzakelijk over het verhogen van overheidsbestedingen zoals sommigen denken. Zijn voornaamste aandacht ging uit naar het besturen van de financiële markten…. Keynes schreef in zijn General Theory niet hoofdzakelijk over het verhogen van overheidsbestedingen zoals sommigen denken. Zijn voornaamste aandacht ging uit naar het besturen van de financiële markten. Uiteindelijk was daar ook een rol weggelegd voor het verhogen van overheidsbestedingen. De adviezen van Keynes lijken sterk op het gevolgde beleid van de centrale banken van de afgelopen jaren.
Keynes maakt zich in zijn General Theory ernstige zorgen over het spaargedrag van mensen. De achterblijvende consumptie zal de economie toch verhinderen om te groeien. Daarbij gaat hij er aan voorbij dat besparingen een voorwaarde zijn voor investeringen. Als we alles zouden consumeren, dan zouden alle productiemiddelen gebruikt worden voor het produceren van consumptiegoederen. Dit betekent dat de productie van kapitaalgoederen achter zal blijven. Hij heeft een nette truc om dit op te lossen. En dat is het bekende beleid van renteverlaging en vergroten van de geldhoeveelheid. Hoewel de besparingen omlaag gaan, kunnen de investeringen door de lage rente toch omhoog.
Keynes zaait wel de nodige verwarring. In eerste instantie gaat hij ervan uit dat besparingen altijd gelijk zijn aan de investeringen. Hij zegt dat dit eigenlijk twee kanten zijn van dezelfde munt. Maar later in het boek gaat hij toch in op de mogelijkheid dat de besparingen en investeringen niet gelijk zullen zijn aan elkaar. Dat is niet de enige tegenstrijdigheid die in dit boek te vinden is.
Keynes stelt voor om de rente laag te houden. Door een lage rentestand worden investeringen rendabel die anders niet rendabel zouden zijn. Hij geeft zelf het voorbeeld van het aanleggen van een spoorweg. Bij een rentestand van 6% zal er naar zijn mening geen spoorweg komen. Maar als de rente verlaagd wordt naar 3,5% dan is de investering wel rendabel. Het is zeker waar dat met een lage rente meer investeringen rendabel worden. Dit kan je beter op een andere manier verwoorden. Verliesgevende projecten worden door een kunstmatig verlaagde rente wel mogelijk doordat de prijzen (rente) niet meer de juiste informatie doorgeven.
Keynes meent dat door een renteverlaging het mogelijk is om een continu voortdurende ‘boom’ te genereren. Hij verwerpt het idee dat de kredietexpansie in de ‘boom’-periode de daaropvolgende ‘bust’ veroorzaakt. De ‘bust’ is iets dat te allen tijde moet worden voorkomen. In de ‘bust’ is er onderbezetting en de gemiste productie zal nooit meer worden ingehaald. Door continu op een niveau van volledige werkgelegenheid te werken, gaat er geen productie verloren als gevolg van onderbezetting en dit levert daarom de hoogste economische groei. Maar dat je de economie maar eindeloos op kan pompen door kredietexpansie, is een fabeltje en daar slaat Keynes de plank dus volledig mis. Er komt een moment waarop de schuld te hoog wordt. Er moet een keer betaald worden. En dan komt alle ellende die je voor je uitgeschoven hebt driedubbel terug. De narigheid van de ‘busts’ die voorkomen worden, komt niet in de buurt van de monetaire crisis die dit beleid uiteindelijk veroorzaakt.
Hij maakt zich dan ineens wel zorgen over de achterblijvende besparingen en dat dat zou kunnen betekenen dat er niet genoeg wordt geïnvesteerd. Dit is niet consistent met het voorgaande, maar het boek van Keynes blinkt uit in tegenstrijdigheden. Voor deze achterblijvende besparingen heeft hij een goede oplossing. De overheid kan belasting gaan heffen zodat de overheid met dat geld de nodige investeringen kan doen. Hij ziet toch al liever dat de overheid met zijn verstandige bureaucraten de zaken regelen. De ondernemers worden toch vooral gedreven door korte termijn denken en de daaruit volgende chaos is een belemmering voor de groei van de welvaart. Met name de marktwerking op de financiële markten staat hem erg tegen. De speculanten aldaar hebben geen toegevoegde waarde. Zij zijn niet geïnteresseerd in het investeren in degelijke bedrijven. Speculanten weten dat mensen irrationeel zijn en zij maken daar misbruik van. De speculanten kijken naar het gedrag op de markten en proberen daar snel korte termijn winst op te behalen. Het is echt verrassend hoe herkenbaar deze kritiek in de oren klinkt.
De nadruk ligt op het manipuleren van financiële markten en daarna pas op overheidsbestedingen. Onderstaande quote van Keynes laat dat zien.

“It is better that a man should tyrannise over his bank balance than over his fellow citizens and whilst the former is sometimes denounced as being but a means to the latter, sometimes at least it is an alternative.”
J.M. Keynes, 1936

Het recept dat Keynes voorstelt, is dus het verruimen van de geldhoeveelheid en verlagen van de rente. Mocht dat niet voldoende zijn, dan kan de overheid zelf de benodigde investeringen doen.
De monetaristen zijn duidelijk beïnvloed door deze visie. Zij pleiten voor een gematigde versie van het ruime monetaire beleid zoals Keynes dat zag. Zij kiezen voor een continue gematigde groei van de geldhoeveelheid. Zij stellen voor dat de geldhoeveelheid ongeveer net zo hard groeit als de productie. En daarmee wordt dus ook gekozen voor een rentestand die steeds onder het marktevenwicht ligt. Dat is dus een bijstelling van de monetaire theorie van Keynes en zeker geen verwerping.
Ten aanzien van overheidsbestedingen en belastingen zijn ze wel veel terughoudender dan Keynes. De linkse ‘mainstreamers’ neigen meer naar Keynes en de rechtse ‘mainstreamers’ neigen meer naar Friedman. Daarmee is de gehele ‘mainstream’ voor een gestuurde rentestand. Bijna alle economen zijn het er helaas over eens dat het belangrijkste prijssignaal in de economie niet aan de vrije markt kan worden overgelaten. De Oostenrijkse school daarentegen is wel voor een vrije rentevorming.
Hoe moeten we Bernanke plaatsen als we kijken naar deze stromingen?  Bernanke heeft echt alle registers open getrokken en dat plaatst hem in de hoek van Keynes. Zijn voorganger Greenspan was iets voorzichtiger maar hij liet de geldhoeveelheid toch sneller groeien dan de monetaristen voorstelden. Het beleid van de centrale banken is beïnvloed door de Taylor-regel. Deze regel is een soort vuistregel die aangeeft wat de rentestand zou moeten zijn. Dit is een combinatie van inflatie en stimulering van de productie. Dus in een laagconjunctuur gaat de rente omlaag en bij inflatie gaat de rente omhoog. De rente wordt dus gebruikt om de economie bij te sturen. De planners bij de centrale bank kunnen het kennelijk beter dan de vrije markt.

Centrale bankiers zijn dus flink beïnvloed door de ideeën van Keynes. Na de General Theory zijn er vele verfijningen gekomen van de theorie. Maar het is verrassend om te zien dat grote delen van de ideeën van Keynes nog terug te vinden zijn in het huidige beleid. De Oostenrijkse conjunctuurcyclus is haast een soort spiegelbeeld van de ideeën van Keynes. Het is dan ook niet gek dat aanhangers van de Oostenrijkse school zeer kritisch zijn over het huidige beleid. Het is zeer spijtig dat er zo weinig economen zijn die voor een echt vrije rentevorming zijn. De rentestand is dermate belangrijk voor de economie dat zonder een vrije rente er zeker geen vrije markten kunnen zijn.

Marcel Meijer
www.devrijeeconomie.nl