Bonuslimiet ‘cosmetische aanpassing’

Een van de belangrijkste punten op de agenda van de G20 top in Pittsburgh waren bankiersbonussen. Tot nu toe hebben alleen Frankrijk en Nederland een bonuslimiet ingevoerd naar aanleiding van de kredietcrisis…. Een van de belangrijkste punten op de agenda van de G20 top in Pittsburgh waren bankiersbonussen. Tot nu toe hebben alleen Frankrijk en Nederland een bonuslimiet ingevoerd naar aanleiding van de kredietcrisis. Een overzicht van de Franse en Nederlandse bonuslimieten.
“Vanavond barst de zeepbel van bonussen.” Dat zei de Zweedse premier Frederik Reinfeldt onlangs na afloop van een informele top van de regeringsleiders van de EU in Brussel. Eerder had president Sarkozy zich ook in krachtige bewoordingen uitgelaten over bankiersbonussen. Sarkozy dreigde dat hij weg zou lopen bij de top in Pittsburgh als er geen strikte regels zouden worden afgesproken voor de beloning van bankiers.
Ondanks hun harde taal hebben Reinfeldt en Sarkozy geen absolute grens gesteld aan de hoogte van bonussen. Zowel de EU als de VS willen dat bonussen in proportie zijn met een andere grootheid, zoals het loon, de winst of de kapitaalpositie van de bank. Wat de verhouding inhoudt, wordt in het midden gelaten. Daardoor is Nederland tot nu toe het enige EU-lid dat een duidelijke limiet aan bonussen heeft voorgesteld. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, die in plaats van premier Balkenende aanwezig was in Brussel, opperde om bonussen te limiteren tot maximaal een jaarsalaris, een referentie naar de Code Banken van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).
“Nederland koploper”
Op 9 september presenteerde de Nederlands Vereniging van Banken (NVB) de Code Banken. De code is een stelsel van zelfregulatie, dat is bedoeld om het risico dat banken nemen te beheersen en daarnaast een leidraad te geven voor beloning van bestuurders. Nederlandse banken gaven die dag aan dat ze vanaf 1 januari 2010 zullen beginnen met de implementatie van de code. Minister van Financiën Wouter Bos reageerde enthousiast na de bekendmaking van de code. “Nederland is hiermee in één klap koploper in de wereld. De code maakt een einde aan de kwalijke praktijken bij banken, dat is fantastisch”, aldus Bos.
De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) lieten op 24 augustus weten de adviezen van de commissie Maas, die zijn verwerkt in de code, te verwelkomen. De twee stokpaardjes van de code, de begrenzing van bestuurdersbonussen en het centraal stellen van de klant, lagen echter al direct onder vuur door DNB en de AFM. DNB merkte op dat de beloningsregels alleen voor bestuurders gelden, en niet voor andere medewerkers, zoals tophandelaren of zakenbankiers. De AFM stelde daarnaast dat het opnieuw centraal stellen van de klant “niet nader is uitgewerkt.” DNB en AFM zullen aan het einde van het jaar een stelsel van nieuwe regelgeving voor banken onthullen, dat onder andere “uitgewerkte principes voor beheerst beloningsbeleid zal bevatten.”
“Cosmetische aanpassing
Een “cosmetische aanpassing” die niet zal leiden tot een ingrijpende herziening van het beloningsbeleid van banken. Dat is de mening van Ewout Irrgang, financieel woordvoerder van de Socialistische Partij (SP) in de Tweede Kamer, over de code. Ook Irrgang wijst op het feit dat de regels alleen gelden voor bestuurders. Iedereen waar het daadwerkelijk omgaat, zoals tophandelaren, vallen buiten de regels. Daarnaast leidt volgens Irrgang het ‘pas toe of leg uit beginsel’ ertoe dat banken uiteindelijk ook de beloningslimiet voor bestuurders kunnen ontwijken. Volgens Irrgang leiden hoge beloningen überhaupt niet tot betere prestaties. De bonuscultuur heeft volgens Irrgang het risicogedrag juist alleen maar in de hand gewerkt. Een andere ingevoerde bonuslimiet, Sarkozy’s beloningsmaatregel van uitgestelde beloning en clawback, is volgens Irrgang “window-dressing.”
Robert Lensink, hoogleraar financiering en financiële markten aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet de vertraagde uitbetaling van bonussen en clawback als symptoombestrijding. “Op het moment dat het goed gaat krijg je een bonus, en op het moment dat het slecht gaat, krijg je niks [dat wil zeggen: geen bonus, red.]. Theoretisch gezien leidt dat tot risicogedrag. Dat los je alleen op door een lineair verband te krijgen. Als het fout gaat, dan betaal je, en als het goed gaat, dan krijg je wat. Dan krijg je normaal risicogedrag.”
Lord Turner, voorzitter van de Britse Financial Services Autorithy (FSA), heeft een andere visie op het ontstaan van de kredietcrisis. Volgens Lord Turner waren bonussen een bijzaak in het onstaan van de kredietcrisis. De lage kapitaalbuffers waren de oorzaak. Turner pleit daarom voor het verhogen van de kapitaalratio’s van banken. Maar het te vroeg willen verhogen van de ratio’s kan echter ook nadelige gevolgen hebben voor de economie.
Lord Turner vindt de hoofdrol van bonussen in de discussie over hervormingen van de financiële sector onterecht. Turner zei in een interview met het tijdschrift Prospect dat “slecht beloningsbeleid veel minder belangrijk was in het uitbreken van de crisis dan de compleet inadequate kapitaaleisen die golden voor riskante handelsactiviteiten. Zelfs als we een perfect ontworpen beloningsbeleid hadden waar mondiaal op werd toegezien, maar waarbij kapitaaleisen niet toereikend waren voor handelsactiviteiten, dan had de kredietcrisis grofweg op dezelfde manier uitgepakt.”
De hervormingen die Turner eerder dit jaar onthulde in de Turner Review, richten zich vooral op de kapitaalratio’s van banken voor verschillende activiteiten, en in het bijzonder op het anticyclisch maken van de ratio’s. Banken zouden meer reserves moeten aanhouden tijdens hoogconjunctuur, en minder tijdens laagconjunctuur. Buiten de balans geplaatste investeringsvehikels met een “substantieel risico” zouden volgens het rapport door toezichthouders moeten worden gezien als onderdeel van de balans. Daarnaast moet boven alle regels een limiet staan aan de hefboomwerking op de balans van een bank. Deze absolute grens moet excessieve groei van een bankbalans tegen gaan. Uiteindelijk moeten de hogere kapitaalbuffers er toe leiden dat, als banken even winstgevend willen blijven, er minder geld overblijft voor bonussen.
Banken zwaar ondergekapitaliseerd
Maar een – schijnbaar – neutrale beleidsmaatregel als het verhogen van kapitaaleisen kan ook een ingrijpende keerzijde hebben. Uit een studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van april blijkt dat Amerikaanse en Europese banken $ 1700 miljard aan kapitaal nodig hebben om terug te keren naar het meer veilige niveau van halverwege de jaren ’90. Volgens Tony Jackson van de Financial Times hebben de banken tot nu toe slechts $ 135 miljard binnen gehaald met emissies. In de tussentijd is de totale marktwaarde van de banken gestegen van $ 1068 miljard tot $ 2420 miljard. Dat betekent dat banken nog voor grofweg tweederde van de waarde van hun aandelenkapitaal moeten zien binnen te sprokkelen, wat volgens Jackson een zware kluif wordt voor de banken. Uit het laatste onderzoek van Merrill Lynch onder fondsmanagers blijkt dat de consensus dat aandelen van banken overgewaardeerd zijn op het hoogste niveau in zeven jaar tijd staat.
Daarmee kan het verhogen van kapitaalratio’s op het verkeerde moment uiteindelijk schadelijke gevolgen hebben voor het herstel van de economie. Als banken weten dat ze kapitaalratio’s moeten verhogen, maar dat niet kunnen doen met emissies, dan hebben zij geen keus behalve te snijden in hun activa. Dat betekent dat banken harder op de rem moeten trappen en minder krediet kunnen verstrekken, met alle consequenties van dien voor de economie.
G20
Op het moment van schrijven [24 september, red.] is er echter nog geen nieuw internationaal systeem van kapitaaleisen afgesproken. Tijdens de G20 top zou gestemd worden over de aanbevelingen van de Financial Stability Board (FSB), een in april door de G20 in het leven geroepen supra-nationale organisatie van toezichthouders. Daarnaast zouden er hervormingen van de Basel-akkoorden plaatsvinden. De Basel-akkoorden zijn een stelsel van regels, toezicht en kapitaaleisen voor banken. Het laatste Basel-akkoord, Basel II, wordt echter sinds de kredietcrisis niet langer meer als adequaat gezien. Maar Lord Turner heeft aangegeven dat hij niet te lang wil wachten op hervormingen van Basel II. “Als we volgend jaar de indruk krijgen dat het te lang duurt voordat er een nieuw Basel-akkoord is, dan zullen wij zelf een aanpassing maken [aan de interim-regels, red.],” aldus Turner. Uiteindelijk zal in de komende maanden duidelijk worden in welke mate landen afzonderlijk hun stempel kunnen blijven drukken op de regulatie van hun eigen banken.
Arne Petimezas
www.deaandeelhouder.nl