China en potverteren met valutapolitiek

Premier Wen Jiabao waarschuwt dat de inflatie in China uit de hand dreigt te lopen. Wen is echter niet van plan de renminbi te laten appreciëren. Dat is jammer, want de goedkope Chinese valuta is een… Premier Wen Jiabao waarschuwt dat de inflatie in China uit de hand dreigt te lopen. Wen is echter niet van plan de renminbi te laten appreciëren. Dat is jammer, want de goedkope Chinese valuta is een van de belangrijkste oorzaken van de hardnekkige inflatie in het land.

De Chinese Premier Wen Jiabao waarschuwde vorige week voor uit de hand lopende vastgoedprijzen en aanwakkerende inflatie. Tegelijkertijd benadrukte Wen nog eens dat China, ondanks herhaaldelijke oproepen van het Westen, niet van plan is om de ‘zwevende’ renminbi te laten appreciëren. Maar wat Wen klaarblijkelijk niet onder ogen wil zien, is dat de ondergewaardeerde renminbi juist bijdraagt aan de oververhitting van de Chinese economie en de inflatie in het land.

Chinese monetaire autoriteiten kopen dagelijks omvangrijke hoeveelheden dollars op de markt om de koers van de renminbi binnen een smalle bandbreedte ten opzichte van de Amerikaanse valuta te houden. Maar zoals Paul Krugman aangeeft, kan in het geval van prijsstijgingen in het buitenland, dankzij de starheid van de wisselkoers, alleen het binnenlands prijsniveau omhoog. China kan zich niet loskoppelen van bijvoorbeeld een sterke stijging van de olieprijzen. Het land verkiest extern ‘evenwicht’ –de stabiele wisselkoers– boven interne prijsstabiliteit. Het onvermijdelijke gevolg is aanwakkerende inflatie.
 
De logische stap voor de Chinese monetaire autoriteiten is daarom om de renminbi te laten appreciëren. Dat zou ook goed uitkomen voor het Westen, want China’s wisselkoersbeleid is ‘beggar thy neighbourÂ’-politiek. De exportgeleide economische groei in China gaat namelijk ten koste van herstel bij ons. De kunstmatig goedkope renminbi maakt Chinese goederen buitengewoon concurrerend ten opzichte van goederen die in de eurozone en de VS zijn geproduceerd. Daarnaast is het voor Amerikaanse en Europese bedrijven aanlokkelijk om de productie te verplaatsen naar China. Dat terwijl de eurozone en de VS – ChinaÂ’s grootste exportmarkten – kampen met vraaguitval, onderbezetting, hoge werkloosheid en prijzen die zich in een schemergebied tussen inflatie en deflatie bevinden.

Daarnaast is het de vraag hoe lang China voor de afzet van zijn aanzwellende productie – investeringen vormen 40% van het BBP – nog afhankelijk wil zijn van de Amerikaanse consument. Want Joe Sixpack is er niet goed aan toe. Momenteel heeft een kwart van de Amerikaanse huiseigenaren een hypotheek die hoger is dan de waarde van het huis. Van de beroepsbevolking is 10% werkloos – of 17% volgens een ruimere definitie. Volgens het laatste middellange termijn scenario van de OESO duurt het nog tot 2017 voordat de Amerikaanse werkloosheid terug is op het normale niveau van 5%. En dan nog de cijfers over het afgelopen decennium. Na 2000 is het inkomen van de middenklasse gestagneerd. Daarnaast is de banengroei in de private sector sinds de eeuwwisseling dankzij twee recessies per saldo praktisch nul. China heeft op middenlange termijn dus niet veel te verwachten van de Amerikaanse consument.

Buiten China is er geen directe vervanger voor de Amerikaanse consument voor handen. De tekorten die de VS op de lopende rekening hebben, zijn door geen enkel ander land te dragen. De VS komen weg met het gat op de lopende rekening omdat de dollar de reservevaluta van de wereld is. China doet er daarom verstandig aan zich meer te gaan richten op de eigen consumptie. Wederom ligt een appreciatie van de renminbi het meest voorhanden. Niet alleen tempert een hardere renminbi de inflatie, het verbetert ook de ruilvoetverhouding. Dat is een niet onbelangrijk voordeel voor een land dat veel grondstoffen en kapitaalgoederen importeert. En dan is er nog het politieke kapitaal die een appreciatie van de renminbi oplevert.

Het loslaten van de koppeling van de renminbi met de dollar zou wel betekenen dat China grote verliezen moet incasseren op de omvangrijke dollarreserves. Dat is natuurlijk geen prettig vooruitzicht. Het land bezit met meer dan $ 2 biljoen de grootste oorlogskas aan valuta van de wereld. Die oorlogskas is overigens in reële termen al geslonken dankzij de voortdurende verzwakking van de dollarkoers ten opzichte van de yen en de euro. Desondanks zijn voor China valutaverliezen, matige inflatie en een meer gebalanceerde economie te prefereren boven zeepbellen, hardnekkig hoge inflatie en potverteren op een artificieel goedkope valuta.