Crisisoplossing

Sinds een paar jaar zit de wereldeconomie in een diepe crisis. Deze is begonnen met de problemen van de subprime hypotheken, dat wil zeggen hypothecaire zekerheden die zijn gegeven door mensen die de financiering… Sinds een paar jaar zit de wereldeconomie in een diepe crisis. Deze is begonnen met de problemen van de subprime hypotheken, dat wil zeggen hypothecaire zekerheden die zijn gegeven door mensen die de financiering niet terug kunnen betalen, vanwege hun lage inkomen. Later resulteerde dit in de teloorgang van de hedgefondsen, die massaal met deze assets hadden gespeculeerd, en naderhand de bancaire sector. Dit alles voltrok zich binnen een jaar nadat de problemen in maart 2007 zichtbaar werden.
De oorsprong van deze problematiek is weliswaar niet de subprime hypothekenmarkt of de speculatie. De werkelijke reden is het beleid van de centrale bank: steeds meer geld en krediet creëren om een foutief Keynesiaans en monetaristisch economisch bestel in stand te houden.
Geld is een middel om te betalen en te sparen. Krediet is een middel om een lening of hypotheek op lange termijn af te lossen ten behoeve van een grote investering. Geld heeft historisch een tijdspreferentie van 0. Krediet heeft  historisch een tijdspreferentie van meer dan 0. Dit wil zeggen dat er geen schuld staat tegenover een betaalmiddel als geld, terwijl dat bij krediet wel het geval is. Tegenwoordig heeft geld een oneindige tijdspreferentie, omdat de centrale bank dit papier uitgeeft tegenover een schuld van de overheid. De overheid leent van de centrale bank, via de bancaire sector, miljarden tot zelfs biljoenen euro’s, dollars, yens, zloty’s of andere papieren geldmiddelen en zorgt dat deze schuld wordt omgezet in papier om zodoende de staatsprojecten te bekostigen. Dit papier stroomt in de economie en noemen wij ‘geld’. Het euvel is echter dat dit helemaal geen geld is, maar gewoon schuld en daarom in feite krediet gecreëerd door de centrale bank ten aanzien van de overheid.
De schuld aangegaan door de overheid wordt dan via de bancaire sector betaald met rente. Deze rentebetalingen lopen elk jaar steeds verder op en komen bij het financieringstekort dat we elk jaar voor onze kiezen krijgen. In Nederland loopt dat in de tientallen miljarden. Deze rente ziet de overheid nooit meer terug, terwijl de periodieke ‘aflossing’ uiteindelijk wel bij de centrale bank komt en weer terugvloeit naar de overheid in de vorm van winst. De rente wordt dus opgestreken door het bancair kartel en gedistribueerd naar hun private aandeelhouders. Tevens houdt het bancair kartel de obligaties vast van de overheid, waardoor er een permanente schuld is ontstaan van de staat aan private bedrijven, die via hun aandeelhouders in het bezit zijn van binnen- en buitenlandse schuldeisers. Deze schuld valt met het papiergeldsysteem nooit en te nimmer af te lossen, omdat de schuldliquidatie nooit plaats kan vinden, daar papiergeld ook schuld is met een oneindige tijdspreferentie.
Tijdens de goudstandaard was dit wel mogelijk, want goud, evenals zilver overigens, heeft namelijk immer een tijdspreferentie van 0, wat betekent dat er geen schuld tegenover staat. Het kan niet worden gedrukt door een centrale bank, maar moet worden gedolven, waardoor er een inherent productievermogen aan ten grondslag ligt, voordat het op de markt kan worden gebracht, evenals andere grondstoffen. Voor papier en tegenwoordig bits en bytes in computers is er geen inherent productievermogen meer nodig, want in een oogwenk kunnen er sowieso miljarden en biljoenen worden bijgeschapen door de centrale banken in de wereld. Zie hier het dilemma van het failliete systeem, dat wij intussen kennen als een fiatgeldeconomie. Er is evenwel een aantal mogelijkheden om uit dit dilemma te geraken. Ik zal hier de meest essentiële oplossingen noemen.
1. Ontkoppeling centrale bank
Ten eerste moet men de centrale bank aan banden leggen. Zo moet De Nederlandsche Bank niet meer gezien worden als de ultieme lener van de bancaire sector (lender of last resort, red.). De koppeling tussen beide wordt losgehaald. Verder bemoeit de centrale bank zich alleen met de uitgifte van papiergeld, die binnen een tevoren bepaalde termijn moet worden gedekt door goud. Deze nieuwe goudstandaard wordt dan bewaakt door de centrale bank. Direct wordt de verkoop van al het goud door de centrale bank via de zogenoemde Washington Agreement van 1999 gestaakt. Al het goud dat nog wordt bewaard bij de Federal Reserve in New York en het Internationaal Monetair Fonds wordt teruggevraagd, om te dienen als waardedekking van de papieren munt.
2. Papieren gulden
Ten tweede moet het systeem van wettige betaalmiddelen worden afgeschaft en vervangen worden door een stelsel van erkende betaalmiddelen. Dit houdt in dat er een papieren gulden kan worden ingevoerd door de centrale bank die dan als concurrentie van de euro kan dienen. Dit zorgt ervoor dat De Nederlandsche Bank losgekoppeld wordt van de Europese Centrale Bank. De euro blijft nog wel een erkend betaalmiddel in elektronische zin. De papieren gulden kan dan worden gedekt door al het goud dat nog aanwezig is en terug wordt gevraagd vanuit hierboven genoemde bronnen. Om tot een volledige dekking te komen van al het papier dat is uitgegeven, kan er goud of zilver worden aangekocht en opgeslagen in de kluizen van de Nederlandsche Bank, gevestigd te Amsterdam. Een periodieke onafhankelijke audit wordt dan gedaan om te verifiëren of De Nederlandsche Bank aan haar verplichtingen heeft voldaan.
3. Rijksmunt
Ten derde is het essentieel om een vermogenswaarde te creëren in de vorm van goudopslag die volledig losstaat van de overheid. Zoals eerder gezegd, kan dit uitstekend worden opgelost door middel van gebruik te maken van de huidige Rijksmunt in Utrecht. Deze Rijksmunt heeft haar eigen kluizen, waarbij goud en zilver wordt ingekocht voor Nederlandse en buitenlandse beleggers en spaarders en deze kunnen particulieren, ondernemingen, pensioenfondsen, beleggingsfondsen, banken of overheidsinstanties zijn. De geldeenheid wordt bepaald in goud, kan bijvoorbeeld de historische gouden of zilveren florijn heten en kan tevens als erkend betaalmiddel in Nederland fungeren. Het voordeel is dan dat er een geldeenheid bestaat die niet kan worden weggeïnflateerd door de overheid. De Rijksmunt is volledig onafhankelijk en heeft net als de Nederlandsche Bank een periodieke audit. Voor de opslag van fysiek goud en zilver dient er dan een bepaald kostendekkend tarief te worden betaald.
4. Deposito-opbouw
Ten vierde moet het bancair systeem drastisch worden geherstructureerd of gesaneerd. De loskoppeling van de centrale bank kan gebeuren via het volstorten van de deposito in papieren guldens, waardoor de depositohouders geen nadeel ondervinden van het wanbeleid van de bancaire sector. We weten allemaal dat de meeste banken in Nederland en daarbuiten insolvabel zijn en op de rand van het bankroet zitten. Via het volstorten van de deposito hebben de banken voldoende middelen om hun balansen weer op orde te brengen. De banken worden nu gedwongen om solvabel te zijn en te blijven, zodat deze niet meer een aderlating zijn voor de rest van de economie. Om dit te waarborgen zijn deze banken verplicht om een periodieke audit te ondergaan, anders verliezen zij hun vergunning. Het enige nadeel is dan dat er een monetaire inflatie geschiedt in papieren guldens na de volstorting van de deposito. Daar tegenover staat dat dit echter een tijdelijke gebeurtenis is, want in de jaren na de volstorting is de geldgroei tot nul gereduceerd, waardoor de resulterende prijsinflatie ook nihil is geworden. Verder wordt het stelsel van de depositogarantiestelsel voorgoed afgeschaft. De bank in kwestie blijft verantwoordelijk voor haar eigen beleid en kan niet meer steunen op de overheid of andere banken voor haar garanties.
5. Zelfliquiderend krediet
De leencapaciteit van hypotheken en andere langjarige verplichtingen gebeurt alleen op basis van 80% van de onderliggende waarde. De resterende 20% dient door de lener zelf te worden aangevuld, alvorens de lening of hypotheek wordt toegekend. Dit zorgt voor de essentiële financiële buffer zodat de lener, wanneer de vraagprijs van de onderliggende waarde inzakt, niet meteen in moeilijkheden raakt. Dit betekent tevens een stop op het beleid van 100% tot 110% leningen van de onderpanden. Het krediet in kwestie dient van een zelfliquiderend karakter te zijn, wat betekent dat het krediet binnen een tevoren bepaalde termijn moet zijn afgelost. Dit ter voorkoming van de permanente opbouw van een schuldeconomie. De rentestanden worden door de banken zelf bepaald en zijn derhalve niet meer afhankelijk van de overheid of centrale banken. Deze worden contractueel afgesproken met zowel leners als depositohouders.
6. Nationale Bank
Om een vliegende start te maken met de mogelijkheid van een systeem van zelfliquiderend krediet kan de overheid daarin bijdragen door een zogenoemde Nationale Bank op te richten. In de geschiedenis kenden we dit ook als de Amsterdamsche Wisselbank, de Bank of Connecticut in de Verenigde Staten of de Landesbanken in de Duitse onafhankelijke Länder. Vandaag de dag fungeert de Bank of North Dakota nog op basis van het principe vastgelegd door de stichters van de Verenigde Staten: Thomas Jefferson en James Madison.
De Bank of North Dakota is bezit van de staat North Dakota en zorgt voor de kredietverlening aan de inwoners. Al dit krediet is zelfliquiderend en brengt een rente op. De rente wordt gebruikt voor de verbetering van de infrastructuur en andere taken die de State of North Dakota zich heeft gesteld. De stichters van de Verenigde Staten gebruikten dit middel om de onafhankelijkheid van de Bank of England in de 18e eeuw te waarborgen. Nadat de Engelsen de Amerikaanse kolonisten hadden gedwongen om de Bank of England te gebruiken voor hun krediet, brak totale onvrede uit onder de laatsten. Dit was één van de hoofdoorzaken van de Amerikaanse revolutie. De Bank of England was toen bijna geheel in handen van het corporatistisch Rothschild-bankimperium, waardoor deze familie allengs rijker werd ten koste van de Engelse en Amerikaanse belastingbetaler. De rente van deze Nationale Bank wordt dan gebruikt om de Nederlandse staatsschuld af te betalen binnen 20 jaar.
Consequenties van de oplossingen
Deze oplossingen zorgen ervoor dat er geen staatsschuld meer wordt opgebouwd, maar zelfs wordt afgelost. De bezitseconomie wordt via een goudstandaard van De Nederlandsche Bank en de Rijksmunt weer hersteld. De staatsuitgaven worden afgebouwd, waardoor deze alleen de essentiële taken van de overheid voor hun rekening nemen, zoals infrastructuur, veiligheid en bescherming, waarna uiteindelijk de inkomstenbelasting tot een laag percentage kan worden gereduceerd, of zelfs volledig kan worden afgeschaft.
De handel en industrie worden vrijgelaten. Er is geen geïmporteerde prijsinflatie, omdat de euro geen wettig betaalmiddel meer is, waardoor we niet meer afhankelijk zijn van het krediet- en geldbeleid van de ECB en andere centrale banken van de eurozone. De papieren gulden zal in eerste instantie omlaag gaan in waarde, vanwege het monetariseren van de deposito, maar dit gebeurt alleen in het eerste jaar, waarna de waarde in de daaropvolgende jaren zal toenemen, omdat de inflatie tot nul zal zijn gereduceerd. De banken zijn weer solvabel, waardoor zij geen gevaar meer vormen voor het financieel stelsel. Er is immer zelfliquiderend krediet aanwezig voor solvabele particulieren en bedrijven, dankzij de Nationale Bank en de onafhankelijke bancaire sector.
Het bancaire kartel is verleden tijd en men moet nu de eigen verantwoordelijkheid nemen voor haar beslissingen. Dit zorgt ervoor dat banken niet snel ongeoorloofde risico’s aangaan en een zorgvuldig uitleenbeleid in acht gaan nemen. Uiteindelijk hebben hun aandeelhouders daarbij alle baat. Er is geen gemonopoliseerde valuta meer, waar men in kan beleggen of sparen, maar er zijn er dan drie, de elektronische euro, de papieren gulden, de gouden en de zilveren florijn. Voor de eerste twee ontvangt men een bepaalde marktrente en voor de laatste twee moet men een opslagtarief betalen.
Uiteindelijk is het aan de markt om een geldstandaard te bepalen. Wanneer de papieren gulden volledig gedekt wordt door goud en zilver zal dit wellicht de standaard worden voor Nederland en misschien ook daarbuiten. Dit betekent wederom een essentieel recht van iedere burger, het zelf bepalen en inrichten van zijn of haar eigen leven en dat betekent ook de keuze in betaalmiddelen.
Decipimur specie recti – (we zijn misleid door datgene dat we dachten dat goed was) –  Quintus Horatius Flaccus – Romeinse dichter, 65-8 v.Chr.
Albert Spits
www.vrijspreker.nl
Bronnen:

Essays:
Fiat Money in Death Throes; Antal Fekete, San Francisco School of Economics, California USA; 10 juni 2009
Standing Keynesianism on It’s Head; George Reisman, 20 april 2009, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL, USA
Gold: Currency of Last Resort?, Maha Khan Pillips, Investments & Pensions Europe, London, UK, juni 2009
The First Leftist; Dean Russell, 28 mei 2009 (Orig. Essays on Liberty, 1952), Ludwig von Mises Institute, Auburn AL, USA
The Fed Might Have Painted Itself into a Corner; Frank Shostak, 12 juni 2009, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL, USA
National money problems not affecting Bank of North Dakota, Dale Wetzel, 24 september 2008, The Bismarck Tribune, Bismarck, North Dakota, USA
Literatuur:
De Gulden; Geschiedenis van Nederlands Nationale Munt; Henk Povée, 2001, Uitgeverij Toth, Bussum
The Power of Gold; Peter L. Bernstein, John Wiley & Sons, New York, USA, ed. 2004 (orig. 2000)
The Web of Debt; Ellen Hodgson Brown, Third Millennium Press, Wiltshire, UK ed. 31 januari 2008
The Creature from Jekyll Island, A Second Look at the Federal Reserve; G. Edward Griffin, American Media, California, USA, Orig. juli 1994 (Ed. feb. 1999)