De banken krimpen mee

De banken krimpen meeDe eurozone komt in een zelf gecreëerde recessie terecht. Dat lijkt praktisch onafwendbaar. De belangrijkste oorzaak voor deze recessie is het onvermogen van de Europese politiek om de ernst en de diepte van de crisis juist in te schatten.

De Europese politieke elite handelde zoals het al decennia handelt: problemen…

De banken krimpen mee De eurozone komt in een zelf gecreëerde recessie terecht. Dat lijkt praktisch onafwendbaar. De belangrijkste oorzaak voor deze recessie is het onvermogen van de Europese politiek om de ernst en de diepte van de crisis juist in te schatten.

De Europese politieke elite handelde zoals het al decennia handelt: problemen worden vooruit geschoven in de hoop en verwachting dat de tijd zijn heilzame werking zal doen. Dat is een heel dure misvatting gebleken.

Wat is eigenlijk de rol van de banken in het huidige tijdsgewricht? Zij waren in eerste instantie de aanjagers van de crisis van 2008. Sedertdien daalt bij voortduring de kritiek over de bankiers heen, dat hun restrictief beleid een gezond economisch herstel in de weg staat.

Banken en kredietverlening
Wat is er eigenlijk waar van de claim, dat het restrictieve beleid van banken toen en nu een gezond herstel van de economie in de weg staat? De bankiers van Goldman Sachs komen in een recent artikel tot de conclusie dat het de Europese bankensector niet voor de wind gaat en dat zulks inderdaad een bedreiging kan vormen voor het verwachte magere herstel 2012 .

De bankiers stellen vast, dat de kredietverlening Europa breed aan het verkrappen is en in de periferie is die verkrapping aanzienlijk (Figuur 1).

De verkrapping is te wijten aan een reeks van factoren. De belangrijkste is wel, dat de financiële sector problemen met de funding heeft. In Nederland is dat een bekend verschijnsel.

Spaarders deponeren hun spaarcentjes liever bijvoorbeeld bij de pensioenfondsen dan bij de bank. Eigen onderzoek leert dat 16% van de Europese banken in oktober hogere eisen aan de kredietverlening stelde dan in de maand juli.

Naast een gebrekkige funding speelt ook de eis, dat banken een groter eigen vermogen moeten aanhouden. Dat is een van de lessen van de bankencrisis uit 2008. Het eigen vermogen was te laag, waardoor talloze banken dreigden om te vallen.

Een groter eigen vermogen betekent wel dat de sector haar balans opnieuw op orde moet brengen en ook dat gaat ten koste van de kredietverlening. En ja, ook banken zijn het slachtoffer geworden van de financiële wanorde in de publieke sector geworden.

Door het dumpen van obligaties van perifere landen door derde partijen, is de waarde van die obligaties, gehouden door banken, aanzienlijk verminderd. Zodoende is de waarde van het onderpand, dat de sector gebruikt voor leningen bij de ECB fors verminderd. Banken kunnen zodoende minder lenen en ook dat tast hun liquiditeitspositie aan.

Het niveau van kredietverlening
Vertaalt de groeiende intensiteit van de bancaire stressfactoren zich ook daadwerkelijk in een verlaging van de kredietverlening aan de private sector? Het antwoord moet nee luiden, met die toevoeging dat de data hierover met vertraging komen en daarmee geen echt beeld geven van de werkelijkheid.

Tot en met september steeg de kredietverlening aan het Europese bedrijfsleven licht (0,4%), met dien verstande dat daar in de periferie absoluut geen sprake van was. Daar gaat de geldkraan dicht, zoals uit Figuur 2 spreekt. Nederland is een land waar tot en met september de kredietverlening licht steeg.

Het volume van de kredietverlening is een deel van het verhaal, het andere deel is natuurlijk de prijs voor het krediet. Volgens Goldman Sachs was er in de onderzochte periode geen bewijs dat de rentetarieven omhoog gingen.

Ook hier past de bemerking dat het om een totaalbeeld gaat en er geen differentiatie naar onderscheiden landen is. Een verklaring voor de lage interestlasten is mogelijk, dat het grote Europese bedrijfsleven nog goed in de slappe was zit en niet zoveel behoefte heeft aan nieuwe kredietlijnen.

Kredietverlening en economische groei
In hoeverre vormt een stagnerende kredietverlening door banken een rem op het economisch herstel? Goldman Sachs komt met de ontnuchterende opmerking, dat de band niet zo vanzelfsprekend is als het op het eerste gezicht lijkt.

De groei in de post-Lehman periode kwam tot stand zonder een navenante stijging van het volume van de kredietverlening, zoals spreekt uit Figuur 3. In een neergang is er sprake een duidelijkere correlatie, waarbij de economische neergang iets sneller verliep dan de daling in het kredietvolume.

Conclusie
Het is te vroeg om ver reikende conclusies te trekken en het belang van banken in neergang en opgang te bagatelliseren. Zowel in de VS als in Europa had het grote bedrijfsleven de banken in de post-Lehman preiode niet nodig om zich te financieren.

Ze waren, en zijn nog steeds, financieel sterk. Dat wil weer niet zeggen, dat het optreden van banken niet het verschil kan maken of een bepaalde sector opbloeit of niet. Zulks kan wel van invloed zijn op de hele economie.

Alleen dat gegeven moet voldoende zijn om veel aandacht te besteden aan de stabilisering van het bankbedrijf. Een langdurige instabiliteit en het voortbestaan van genoemde stressfactoren zal in ieder geval op den duur een sta-in-de-weg zijn van een mogelijk pril herstel in Europa.

Anderzijds, Europese beleidsmakers zijn wat huiverig banken hard aan te pakken. Het belang van de sector voor de totale economie heet vitaal te zijn. Misschien is dat ook iets minder het geval. Dat moet beleidsmakers meer zelfvertrouwen geven.

Cor Wijtvliet
De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven, www.Weygerbergen.com. Reacties? cor.wijtvliet@weygerbergen.com. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Voor de grafieken verwijzen wij u naar het weekblad.