De ene tracker is de andere niet (II)

Steeds meer beleggers ontdekken de tracker, een product waarmee je belegt in een index (en dus het verloop van die index volgt). Trackers worden echter op verschillende manieren ‘gemaakt’. Dat hoeft voor je beleggingsrendement niet wezenlijk uit te maken, maar het is wel goed om te weten waarin je eigenlijk belegt.

Steeds meer beleggers ontdekken de tracker, een product waarmee je belegt in een index (en dus het verloop van die index volgt). Trackers worden echter op verschillende manieren ‘gemaakt’. Dat hoeft voor je beleggingsrendement niet wezenlijk uit te maken, maar het is wel goed om te weten waarin je eigenlijk belegt.

Het belangrijkste onderscheid tussen trackers betreft het verschil tussen de fysieke tracker, ook wel ‘cash based’ tracker genoemd, en de synthetische tracker (‘swap based’ tracker). In het eerste deel van deze column heb ik aangegeven dat de fysieke tracker daadwerkelijk bestaat uit aandelen. Als je, bijvoorbeeld, een AEX-tracker koopt (een tracker die het verloop van de AEX-index volgt), beleg je dus echt in de aandelen die opgenomen zijn in de AEX-index.

Synthetische tracker
De tegenhanger van de fysieke tracker is de synthetische tracker. Om te voorkomen dat dit een heel technisch verhaal wordt, schets ik hieronder de belangrijkste eigenschappen van de synthetische tracker, zonder te diep op details in te gaan. Waar de fysieke tracker in feite een mandje aandelen is, is de synthetische tracker dat niet. De synthetische tracker komt tot stand doordat een overeenkomst wordt gesloten tussen de trackeraanbieder en een tegenpartij, doorgaans een bank.

Het gaat hier om zogenoemde ‘swap’-contracten (’swap’ betekent ‘ruil’). De trackeraanbieder koopt niet de aandelen die in de te volgen index zijn opgenomen. Wel houdt de trackeraanbieder een mandje effecten aan dat voorgeschreven wordt door de tegenpartij. Op haar beurt verplicht de tegenpartij zich ertoe, het rendement van de door de tracker te volgen index te realiseren. Vervolgens ruilt de tegenpartij het indexrendement tegen het rendement dat met het mandje effecten behaald is. Via die ruil ontvangt de trackeraanbieder dus het rendement op de index. Ofwel, door middel van de ‘swap’ kan de trackeraanbieder het verloop van de index repliceren.

Afwegingen
Waarom moet ik dit weten, zul je je misschien afvragen. Toegegeven, het eindresultaat van de fysieke en van de synthetische tracker is per saldo (nagenoeg) hetzelfde: je volgt zo nauwkeurig mogelijk het verloop van een bepaalde index. Toch kunnen verschillende afwegingen een rol spelen bij de keuze voor een fysieke of juist een synthetische tracker.

Zo volgen synthetische trackers vaak nét iets nauwkeuriger het verloop van hun index. Aan de andere kant heb je als belegger bij synthetische trackers te maken met tegenpartijrisico. Een trackeraanbieder sluit een swap-overeenkomst met een bank. Als die bank failliet gaat, kun je daar als trackerbelegger negatieve gevolgen van ondervinden (en tijdens de kredietcrisis hebben we gezien dat banken echt failliet kunnen gaan). Tegenwoordig zien we dan ook dat aanbieders van synthetische trackers hun best doen om dit risico zoveel mogelijk te beperken, door per tracker gebruik te maken van meerdere tegenpartijen. Ook de hoogte van de kosten en de mate van transparantie kun je als belegger meenemen in je afweging om te beleggen in fysieke dan wel synthetische trackers.

Beleggen in trackers wordt wel ‘passief’ beleggen genoemd, omdat trackers simpelweg het verloop van een index volgen. Maar er zit niets anders op: ook als passief belegger zul je -actief- je hersenen moeten blijven gebruiken.

Allard Gunnink
CoBeleggen

Disclaimer
Allard Gunnink is als redacteur en columnist betrokken bij CoBeleggen, een initiatief van de Beleggers Coöperatie. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies. De auteur kan posities hebben in (beleggingsinstrumenten op) onderliggende waarden die hij beschrijft.