De risico’s van staatsobligaties

De obligatiemarkt speelt momenteel een centrale rol in het nieuws. De Grieken hadden moeite met uitgifte van staatsobligaties. Verder leeft er ook de angst dat andere overheden steeds meer moeite zullen… De obligatiemarkt speelt momenteel een centrale rol in het nieuws. De Grieken hadden moeite met uitgifte van staatsobligaties. Verder leeft er ook de angst dat andere overheden steeds meer moeite zullen krijgen om aan geld te komen. Goed om eens stil te staan bij de werking van de obligatiemarkt.
In een vrije markt is er vraag en aanbod van obligaties. Het aanbieden van obligaties komt neer op het lenen van geld. Maar in plaats van dat je geld leent bij de bank leen je het geld van een groot aantal partijen. Koop je een obligatie dan leen je geld uit. De prijs is de rente op de obligatielening. Zijn er veel partijen die geld willen lenen dan is er dus een groot aanbod van obligaties. Degenen die geld hebben om uit te lenen, bepalen dan de markt. Zij willen graag een hoge rente. Dus bij een groot aanbod van obligaties stijgt de rente. De rente wordt daarnaast bepaald door het wanbetalingsrisico, de inflatie en het koersrisico.
De rente op een obligatie wordt vaak vergeleken met een obligatie met een laag risico. Bijvoorbeeld de Duitse Bund of Amerikaanse Treasury note. Het verschil tussen deze 10-jaarsrentes noemt men de ‘spread’. Als de spread oploopt dan is er kennelijk iets mis met de onderliggende waarde. Als een bedrijf of land in de problemen komt dan zal de rente oplopen en wordt de spread dus groter.
Omdat alle overheden flink aan het lenen zijn, is er een zeer groot aanbod van staatsobligaties. Daarom zou je verwachten dat de rente oploopt. Maar momenteel lijkt dat voor de meeste landen mee te vallen. Maar deze situatie is tijdelijk.
Er is momenteel veel kunstmatige vraag naar obligaties. Centrale banken lenen goedkoop aan banken en deze banken kunnen daar risicovrij staatsobligaties voor kopen. De Fed koopt zelfs direct staatsobligaties van de Amerikaanse overheid. De ECB koopt staatsobligaties van andere beleggers. Als eerste houdt deze extra vraag de rente laag. Ten tweede stimuleert het de groei van de kredietverlening en de geldhoeveelheid.
Nadeel van deze constructies is dat het uiteindelijk leidt tot inflatie door de hogere groei van de geldhoeveelheid. En de lage rente geeft daarnaast ook een verkeerd signaal aan degenen die geld willen lenen. De financiële discipline is natuurlijk minder als het lenen van geld goedkoop is. Bij een hogere rente zouden regeringen voorzichtiger omspringen met hun geld.
Verder is de vraag kunstmatig en dat kan tot felle correcties leiden als deze vraag wegvalt. De oorspronkelijke vragers naar obligaties moeten het weer overnemen als de centrale banken uit de obligatiemarkten stappen of deze weer aanbieden op de markt. Door de kunstmatige groei konden overheden makkelijker en meer lenen.
Het aantal vragers is hetzelfde gebleven terwijl het aanbod doorgroeide omdat de markt zijn werk niet kon doen. Het verschil tussen vraag en aanbod is dus steeds verder uit elkaar gegroeid. De correctie van dit verschil betekent een flink oplopende rente. Bij een hogere rente zal er minder geleend worden en meer uitgeleend. De hogere rente brengt vraag en aanbod weer bij elkaar als er teveel obligaties zijn uitgegeven.
De rente zal hoger zijn dan als je gelijk de markt het werk had laten doen. Hoe langer je doorgaat met kunstmatig de vraag verhogen hoe groter het verschil tussen de echte vraag en het aanbod worden. Hoe groter dit verschil hoe hoger de rente zal oplopen om dit verschil te corrigeren als je stopt met ingrijpen.
En een hogere rente kan met de huidige staatsschulden een enorme impact hebben. Nemen we bijvoorbeeld de situatie in de VS. De staatsschuld gaat daar naar 100% van het BBP. Zoals je nu ziet bij Griekenland kan de rente zomaar oplopen naar 10%. Dat zou voor de VS betekenen dat een tiende van het totale inkomen opgaat aan rentebetalingen.
In de VS is belastingopbrengst ongeveer 30% van het BBP. Dat zou betekenen dat een derde van de belastingopbrengsten opgaat aan rentebetalingen. Dat betekent dat het functioneren van de overheid ernstig beperkt wordt. Terwijl de belastingen op peil blijven of zelfs omhoog gaan, zal de overheid terugtreden en minder diensten kunnen verlenen. De overheid gaat minder doen voor meer geld en wordt steeds meer een blok aan het been.
Een groot nadeel van de rentecorrecties is dat ze destabiliserend kunnen werken. Als je in de problemen zit, loopt de rente (snel) op. Door de hogere rente kom je nog veel verder in de problemen. En dat zou weer aanleiding kunnen voor nieuwe twijfels en een nog hogere rente. Hierdoor kunnen de sentimenten sterke schommelingen laten zien.
De obligatiemarkt speelt een centrale rol in de kredietcrisis. De staatsschuldquotes en rentestanden zullen een belangrijke indicator vormen voor de problemen die er aan komen.
Om een crisis af te wenden, zullen de rentestanden laag moeten blijven als de kunstmatige vraag wegvalt. Dit kan alleen als de staatsschuld laag blijft en de economie gezond. Een lage staatsschuld is belangrijk omdat minder schuld meer vertrouwen geeft. En een gezonde economie is natuurlijk hard nodig om de rentebetalingen op te brengen.
Helaas zijn de overheden nog steeds aan het uitgeven en niet aan het bezuinigen. Ze hebben nog steeds het idee dat de vraag gestimuleerd moet worden. De economie zal pas weer gezonder worden als de overheid een stap terug doet. Een schuldencrisis voor overheden wordt een steeds reëler gevaar.

Marcel Meijer
www.devrijeeconomie.nl