Het Argentijnse experiment

Trouwe lezers weten dat ik een serieuze hekel heb aan de goedkope import uit China en consorten, die de westerse economie kapot concurreren. Dit met fabriekssluitingen tot gevolg. Zou een protectionistische reflex en importbeperkingen daar een oplossing voor kunnen geven? Laat ons even over de grenzen kijken naar de realiteit. Argentinië is een land dat al jaren in de economische dip zit, en waar een linkse presidente drastische maatregelen heeft genomen. Waarschijnlijk is de charismatische presidente Cristina Fernandez de Kirchner geïnspireerd door president Chavez van Venezuela, die ook niet terugschrikt voor totalitaire maatregelen.

De Nationalisatie van YPF (oliemaatschappij van het Spaanse Repsol), en het niet terugbetalen van leningen, is daar niet vreemd aan. Het gevolg is dat benzine schaars is geworden in Argentinie. Tevens heeft zij beslist dat er geen import meer mogelijk is, en dat de Argentijnse industrie maar moet produceren voor de Argentijnen zelf. Wie goederen uit het buitenland wil aankopen, moet daar nu een nieuwe belasting van 15% op betalen, en een belasting van 50% voor goederen met een waarde hoger dan 300 dollar. Volgens Kirchner en haar regering is import immers een anti-Argentijnse misdaad. Voor de Argentijnse handel is het nu praktisch onmogelijk om nog internationaal (import)zaken te doen. Tevens is er een totaal verbod van valuta uitvoer. Mevrouw Kirchner is een serieuze muur aan het optrekken rond Argentenië. Uit de onverwachte gevolgen van deze protectionistische maatregelen zou Europa en Amerika lessen kunnen trekken. Wat blijkt. Dat wegens de goedkope (Chinese) import veel nationale bedrijven hun deuren hadden gesloten. Dat bv. nu ineens Argentijnse huisvrouwen, Argentijnse naaimachines moesten kopen, en geen goedkope naaimachines meer uit de Lidl  van 50€. Alleen… de kennis om die naaimachines te produceren in Argentenië zelf, was al lang verwaterd en verouderd, in vergelijk met de goedkope oosterse import machines. Het gevolg is dat Argentijnse stiksters nu dure, en inefficiënte Argentijnse machines moeten kopen. Dit is maar éen voorbeeld. Als we naar Europa kijken, mag men de vraag stellen, hoeveel vakkennis en technologie er reeds verwaterd en verloren is gegaan? De vraag is of Europa nog wel de kennis in huis heeft om in geval van nood op eigen poten te produceren? Scheepsbouw, weg. Metaal industrie, weg. Auto industrie, weg. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Amerika is als eerste stilaan gaan beseffen dat deze “braindrean” strategische vormen begint aan te nemen. Oorlogschepen laat men niet bij de vijand maken! Het Argentijnse experiment heeft eigenlijk aan het licht gebracht dat al die goedkope import niet alleen de produktie en werkplaatsen van een land kapotmaakt, maar dat tevens vakkennis en industriële innovatie verloren gaan. Het Argentijnse experiment toont aan dat  protectionistische maatregelen alleen geen oplossing gaan bieden, omdat door de braindrain van  kennis, het onmogelijk is geworden concurerend te produceren. Neem daarbij dat onze jeugd meer geïnteresseerd is in het maken van software en computerspelletjes dan in naaimachines, en je begrijpt dat we stilaan op een levensbedreigende of strategische gevaarlijke manier afhankelijk zijn geworden van het gele gevaar.
Frankrijk is een van die landen die het in zijn genen heeft zitten om (rode) protectionistische maatregelen te treffen. Anderen zullen dan volgen. Men kan niet moedeloos blijven toezien hoe bedrijven als Ford, Arcelor Mital, en ander maakindustrieën kapot worden gemaakt door goedkope slavenarbeid uit het oosten. Indien Europa echter ooit zo´n protectionistische reflex zou krijgen, dat het zich dan eerst even bezind wie er in Europa o.a. nog naaimachines kan maken. Het wordt hoog tijd dat Europa zich niet alleen economisch zorgen moet maken, maar tevens ook strategisch!