Het einde van de euro

Het einde van de euroNog maar een jaar geleden was het ondenkbaar en onbespreekbaar, maar inmiddels is het ondenkbare denkbaar geworden en het onbespreekbare bespreekbaar: het einde van de euro. Het Europees politiek onvermogen heeft onmiskenbaar aangetoond, dat de euro niet goed functioneert.

Er circuleren twee remedies om de euro gezond te maken….

Het einde van de euro Nog maar een jaar geleden was het ondenkbaar en onbespreekbaar, maar inmiddels is het ondenkbare denkbaar geworden en het onbespreekbare bespreekbaar: het einde van de euro. Het Europees politiek onvermogen heeft onmiskenbaar aangetoond, dat de euro niet goed functioneert.

Er circuleren twee remedies om de euro gezond te maken. De eerste is om structuren binnen de eurozone te veranderen en te versterken en de tweede is om het lidmaatschap van de eurozone te wijzigen. In het laatste geval zijn er twee opties: a. een of meer zwakke landen verlaten de eurozone of b. een of meer sterke landen verlaten de zone.

Nog afgezien of een exit van een of meerdere lidmaten mogelijk is, is het de vraag of exit vanuit financieel oogpunt wenselijk of haalbaar is. De Zwitserse bank UBS heeft gepoogd een kosten-batenanalyse te maken .

Een zwak lidmaat haakt af
De rationale om uit de eurozone te vertrekken is de constatering dat een dergelijk lidmaatschap het land meer kwaad dan goed doet. Dat lijkt logisch, maar de consequenties zullen enorm zijn.
Om maar eens wat te noemen. Wat doet het vertrekkende lidmaat met zijn schulden? Blijven die in euros gedenomineerd of wordt de schuld omgezet in de eigen nieuwe valuta. Aan beide opties kleven nadelen. Als de schuld in euros gehandhaafd blijft, heeft het land in feite te maken met een vreemde valuta waar het geen zeggenschap over heeft.

Handel en export moeten zorgen voor de broodnodige euros. Het is de vraag of dat lukt, want een exit gaat niet onopgemerkt voorbij en zal voor de nodige opschudding zorgen. Waarschijnlijk zal het vertrekkende land een streep door zijn nationale euroschulden zetten.

Het ligt echter voor de hand, dat het land voor een eigen valuta zal kiezen en zijn schuld daarin wil omzetten. Die transformatie zal weinig genade vinden in de ogen van de vele buitenlandse belanghebbenden. Voor hen zal de transformatie gelijk staan aan een default. Dat heeft lange termijnconsequenties voor het aantrekken van kapitaal. De kosten daarvoor gaan voor een lange periode omhoog.

Bedrijven zwaar getroffen
Maar niet alleen de overheid krijgt te maken met een default, ook het bedrijfsleven wordt er door getroffen. De overheid zal waarschijnlijk het nationale bedrijfsleven dwingen de nieuwe nationale munt te accepteren. Het lot van de een wordt zodoende het lot van de ander.

De nieuwe valuta wordt uiteraard gewantrouwd en een scherpe depreciatie met 50% of 60% ligt voor de hand. UBS baseert zich bij deze schattingen op ervaringen van Latijns Amerikaanse landen aan het einde van de vorige eeuw. Dat maakt het voor het bedrijfsleven bijzonder moeilijke aan de buitenlandse verplichtingen te voldoen.

Bankrun
En tenslotte is er het reële gevaar van een bankrun, dat het bancaire systeem op de knieën kan brengen. Verstandige spaarders zullen nog voordat de nieuwe munt geïntroduceerd wordt, hun tegoeden in euros van de bank halen en naar het buitenland brengen of verbergen onder het matras. Ze koesteren terecht wantrouwen jegens de nieuwe valuta.

De overheid kan een bankrun alleen voorkomen door het opnemen van tegoeden te beperken of door het banksysteem voor een bepaalde periode stil te leggen. Dat is niet ondenkbaar, want dat gebeurde in de VS in 1932-33 toen de daar vigerende monetaire unie ineen klapte.

Het uitstralingseffect van een bakrun kan groot zijn. Burgers van andere zwakke lidmaten kunnen besluiten uit veiligheidsoverwegingen hun tegoeden van de eigen bank te halen. Dat zou het Europese financiële systeem in een diepe crisis kunnen storten. Dat is echter een terzijde.

Zware last
UBS heeft geprobeerd op basis van voorbeelden uit de recente geschiedenis een optelsom te maken van deze en andere problemen en daar een kostenplaatje van te schetsen. Wat kost de scherpe afwaardering van de nieuwe munt, het wegvloeien van depositos, het tijdelijk stilvallen van het financieel systeem of het ineenstorten van handel exporten de burger van het vertrekkende land.

De benchmark vormen de Zuid Europese landen. De initiële kosten zouden kunnen oplopen van euro; 9500 tot euro; 11500 per hoofd. Maar daar blijft het niet bij. De bank wijst erop dat er ook in de jaren daarna kosten zijn die verband houden met de afscheiding.
Het bankwezen moet geherkapitaliseerd worden, de handelsproblemen zijn niet van het ene op het andere jaar verholpen en niet te vergeten de kosten om (vreemd) kapitaal aan te trekken stijgen voor een langere periode. In de eerste jaren na de scheiding zouden die kosten kunnen oplopen tot nog eens euro; 3000 tot euro; 4000 per hoofd per jaar.

Kortom, bezint eer ge begint. Een land moet wel heel goed weten waar ze aan begint voordat ze besluit de eurozone te verlaten. De overige lidmaten moeten op hun beurt goed beseffen wat ze aanrichten als ze een zwak lidmaat verzoeken af te haken.

Cor Wijtvliet
De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven, www.Weygerbergen.com. Reacties? cor.wijtvliet@weygerbergen.com. Hij schrijft op persoonlijke titel.