Het januari-effect voorspelt een positief 2010

De rendementen van de maand januari zouden hoger uitvallen dan die van de overige beursmaanden, zo luidt een bekende beurswijsheid. Een ander januari-effect zou zijn dat in veel gevallen het jaarresultaat… De rendementen van de maand januari zouden hoger uitvallen dan die van de overige beursmaanden, zo luidt een bekende beurswijsheid. Een ander januari-effect zou zijn dat in veel gevallen het jaarresultaat in lijn ligt met de eerste vijf handelsdagen. In hoeverre gaan de januari-effecten nu werkelijk op en welke prognose kunnen we daaruit destilleren voor de AEX-index voor januari en voor geheel 2010?
Een verklaring voor het januari-effect in de Verenigde Staten zou de belastingheffing kunnen zijn. Het rendement op aandelen wordt in de VS bij verkoop namelijk belast met vermogenswinstbelasting. Hier staat echter tegenover dat koersverliezen ook verlaagd worden door deze belastingen. Aandelen die in een bepaald jaar een negatief rendement hebben gemaakt, zouden aan het einde van het jaar verder dalen, omdat beleggers deze aandelen zouden verkopen om de belastingdruk te verminderen. In januari zou de verkoopdruk dan verdwijnen en zouden de aandelen weer opveren. Deze theorie kan het januari-effect in landen zonder vermogenswinstbelasting echter niet verklaren.
Een tweede theorie is de volgende: vermogens- en fondsbeheerders zouden aan het einde van het beleggingsjaar de slecht presterende aandelen uit hun portefeuilles halen om op deze manier de eindejaarsrapportage op te smukken. Dit fenomeen wordt ‘window dressing’ genoemd. Het zou veelal neerkomen op de verkoop van aandelen van kleine ondernemingen. Het vrijgekomen vermogen zou tijdelijk weer geïnvesteerd worden in relatief veilige blue chips, die veelal de performance van een relevante index weerspiegelen. Op deze manier zou dan de stijging van die index zijn verklaard.
Er bestaan ook theorieën die het bestaan van het januari-effect aanvechten. Richard de Jong geeft bijvoorbeeld aan dat de gangbare efficiënte markttheorie dicteert dat het januari-effect in essentie onmogelijk kan bestaan. Het zou door de beleggers zelf ‘weggehandeld’ moeten worden. Als elke belegger namelijk weet dat januari een goede beursmaand is, zal hij daarop inspelen door in december aandelen te kopen en deze eind januari weer te verkopen. Doordat het aanbod van aandelen in januari daardoor zal toenemen, zullen de goede rendementen in januari als sneeuw voor de zon moeten verdwijnen. Als het januari-effect toch opgaat, kunnen we daaruit concluderen dat de markt blijkbaar niet altijd efficiënt werkt.
Data-analyse
Laten we eens kijken naar de rendementen van de maand januari van de AEX-index ten opzichte van de overige beursmaanden sinds 1986. De gemiddelde maandelijkse rendementen staan weergegeven in onderstaande tabel.
Het gemiddelde rendement van januari komt uit op -0,1%. Als we dit afzetten tegen het gemiddelde maandelijkse rendement van 0,5% valt op dat het rendement van januari duidelijk onder het gemiddelde maandelijkse rendement ligt. De resultaten voor de maand januari worden echter wel sterk beïnvloed door enkele grote negatieve uitschieters, te weten de maand januari van de jaren 1987, 2000, 2003 en natuurlijk 2008 met een min van 14,3%. Deze cijfers staven dit januari-effect dus niet. In de onderstaande grafiek is nog duidelijker te zien dat januari (inmiddels) tot de slechtste maanden is gaan behoren.
 
Laten we eens kijken naar de voorspellende kracht van de eerste vijf handelsdagen voor de rest van het jaar. Onderstaande grafiek toont de procentuele veranderingen van de AEX-index van de afgelopen jaren ten opzichte van de eerste vijf handelsdagen.
 
De grafiek toont dat er een sterk verband bestaat tussen de ontwikkeling van de AEX gedurende de eerste vijf handelsdagen en de jaarlijkse prestaties van de AEX-index. In niet minder dan 21 van de 24 beursjaren (88%) sloot de AEX-index het jaar in lijn met de eerste vijf handelsdagen af. Wanneer we overigens kijken naar het verband tussen de gehele maand januari en de jaarlijkse prestaties van de AEX-index, dan zien we dat in 19 van de 24 beursjaren (79%) de AEX-index het jaar in lijn met de maand januari afsloot.
Er bestaat echter geen theorie die een dergelijke synchronisatie tussen (de eerste vijf handelsdagen in) januari en het gehele jaar kan verklaren. Er is ook geen duidelijke oorzaak-gevolg-relatie tussen de twee, maar 88% of 79% betrouwbaarheid is natuurlijk wel zeer hoog.
Ondanks dat het eerste januari-effect niet gestaafd wordt door de data, valt wel meteen op dat de periode mei tot en met oktober slechter presteert dan de periode november tot en met april (zie tabel). Met een gemiddeld beursrendement van -0,1% is januari gewoon een beroerde beleggingsmaand (geworden). Het vooruitzicht voor de AEX-index voor januari 2010 is dus niet bijzonder goed. Wel kunnen we, gezien het positieve rendement voor de eerste vijf handelsdagen, met een positief vooruitzicht beginnen aan 2010. Wordt het dan toch nog een mooi jaar?
Voor de tabel en de grafieken verwijzen we u naar het weekblad.