Het nut van langetermijnindicatoren

De laatste tijd wordt er veel geschreven over het 200-daags Voortschrijdend Gemiddelde en de Coppock-indicator. Wat voor waarde hebben deze indicatoren? In mijn columns van de laatste weken heb ik over… De laatste tijd wordt er veel geschreven over het 200-daags Voortschrijdend Gemiddelde en de Coppock-indicator. Wat voor waarde hebben deze indicatoren? In mijn columns van de laatste weken heb ik over de vele uitbraken en voltooiingen van bodems in diverse aandelenmarkten geschreven. Helaas is een duidelijke uitbraak in de grote westerse beurzen nog uitgebleven, al zitten we ook hier dichtbij. Bij een aantal van mijn analyses heb ik ook het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde genoemd, als een indicator om te bepalen of we nu in een nieuwe bull market zitten of niet.
Ook andere analisten halen regelmatig deze langetermijnindicator aan. In het algemeen wordt daarbij verondersteld dat als de koers boven het 200-daags Voortschrijdend Gemiddelde zit, er sprake is van een bull market. In het tegenovergestelde geval: zit de koers onder het lange Voortschrijdende Gemiddelde, dan is er sprake van een bear market. Maar wat is nu echt de waarde van zo’n langetermijnindicator?
Bij het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde worden de koersen van de afgelopen 200 handelsdagen gemiddeld. Het is daarmee een indicator die heel veel koersen uit het verleden meeneemt, bijna van een jaar om precies te zijn. Het is daarmee een erg trage indicator die ver achter de koers aanloopt. Het is eigenlijk een soort trend voor de lange termijn. Een stijgend gemiddelde geeft aan dat de koersen in het afgelopen jaar per saldo stijgend zijn geweest, een dalend gemiddelde wijst op per saldo dalende koersen.
Wie zou gaan handelen op de kruisingen van de koers met het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde (kopen als de koers van onder naar boven door het gemiddelde breekt, en verkopen als de koers van boven naar onder door het gemiddelde zakt) komt bedrogen uit, zo zeggen backtests van deze indicator. Dat komt omdat er te veel kruisingen zijn en de koers er vaak lang over doet voordat er een kruising plaatsvindt, meestal simpelweg te lang.
Met betrekking tot het laatste: de koers moet na een trendomkeer regelmatig vele weken stijgen voordat de koers boven het 200-daags Gemiddelde kan breken. Of vele weken dalen voordat er een negatieve kruising komt. Bij de meest recente kruising van de koers met het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde kwam dit in extreme vorm naar voren. We hadden namelijk een stijging van meer dan 30% nodig voordat de koers eindelijk door het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde brak.
Nee, die crossings zijn een heel slecht timingsmechanisme op zichzelf. In combinatie met andere technieken kan het wellicht van waarde zijn, maar niet als stand alone-timingindicator. Het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde heeft wel een grote waarde voor wat betreft zijn hellingshoek, ofwel de richting. Is het lange Gemiddelde stijgend, dan zitten we in een bull market; is het lange Gemiddelde dalend, dan zitten we in een bear market. We handelen dan niet op kruisingen tussen de koers en het Gemiddelde, maar op verandering van het verloop. 
In de grafiek van de S&P500 (zie het weekblad) zien we naast de koers, het verloop van het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde. Met pijltjes is aangegeven wanneer het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde van richting verandert: de neerwaartse, rode pijltjes geven een nieuwe bear market aan, de opwaartse blauwe een nieuwe bull market. Er zijn veel meer signalen die eigenlijk stuk voor stuk goed gewerkt hebben.
Deze methode werkt uitstekend bij een brede index als de S&P500. Maar als we te maken hebben met een veel grilligere index, zoals de AEX, dan krijgen we meer signalen. In de AEX-grafiek (zie het weekblad) zien we veel meer pijltjes, en daar zitten diverse valse signalen tussen. Overigens valt de schade van die valse signalen doorgaans mee. Vaak ontstaan die in een markt die gedurende lange tijd geen richting kiest. We handelen dan wel, maar de verliezen per transactie zijn meestal niet groot. 
De andere goede interpretatie van het gebruik van de richting van het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde is dat als het Gemiddelde stijgend is, we bewegingen (neerwaartse correcties) naar het Gemiddelde toe moeten gebruiken als aankoopmomenten (buy the dips). Als het Gemiddelde dalend is, moeten we herstelbewegingen naar het gemiddelde toe beschouwen als moment om winst te nemen (sell the rallies). Dit heeft te maken met het fenomeen reversion to the mean, dat een belangrijke rol speelt op de aandelenmarkten.
Zo heel af en toe gaat deze doorgaans zeer goed werkende strategie de mist in (hoewel ook dan de schade te overzien is). Ik zal dit verduidelijken met een voorbeeld. Momenteel is het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde nog dalende, althans voor de meeste westerse beurzen. Dus zouden we de huidige rally die de koers tot net voorbij het 200-daags Voortschrijdende Gemiddelde heeft gebracht, moeten verkopen. Dat is een legitieme strategie die, meestal werkt. Maar mocht het Gemiddelde binnenkort toch van richting draaien (een positieve hellingshoeks krijgen), dan moeten we alsnog weer long gaan.
Tot slot nog een andere regelmatig gebruikte langetermijnindicator uit de technische analyse: de Coppock-curve. Deze indicator haalde recent het nieuws bij Bloomberg en ook op DFT, omdat hij een koopmoment heeft gegeven. Dat is op zich uniek, omdat deze indicator zelden koopmomenten geeft. In het verleden heeft deze indicator een hit rate (succespercentage) gehad van maar liefst 90%. Het is dus een indicator om terdege rekening mee te houden.
Voor de AEX heeft deze indicator de afgelopen twintig jaar maar vier keer een signaal gegeven. Daarvan weten we natuurlijk nog niet het nut van het laatste signaal. Van de andere drie signalen was het tweemaal raak. Begin 2002 was deze indicator een jaar te vroeg. Ikzelf ben al jaren geïntrigeerd door de Coppock-curve. Oké, 10% van de tijd is hij een beetje te vroeg. Gooi daarom niet meteen al je geld naar aandelen of gebruik hem in combinatie met andere indicatoren. Voor alle duidelijkheid: de Coppock-indicator geeft geen verkoopsignalen. Dat is nou weer jammer.

Harry Geels
Inmaxxa
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.
Voor de bijbehorende grafieken verwijzen wij u naar het weekblad.