In de houdgreep van het Oosten

De afgelopen weken kwamen via verschillende media zorgwekkende berichten omtrent de situatie in Oost-Europa naar buiten. Reden genoeg dus, om eens stil te staan bij een aantal aspecten van de toestand… De afgelopen weken kwamen via verschillende media zorgwekkende berichten omtrent de situatie in Oost-Europa naar buiten. Reden genoeg dus, om eens stil te staan bij een aantal aspecten van de toestand in het voormalig Oostblok.

Oost-Europa in de knel
De International Herald Tribune schetste onlangs de problematiek waarmee Oost-Europa te maken heeft. Na een moeizame omschakeling van een geleide economie naar een vrijemarkteconomie, kregen veel Oost-Europese landen in de afgelopen jaren de wind in de zeilen. Er ontstond werkgelegenheid, men werd in staat gesteld om in rijkere landen als gastarbeider aan de slag te gaan, de huizenmarkt floreerde, kortom: het leek de goede kant op te gaan in Oost-Europa.
De kredietcrisis en alle gevolgen van dien strooien nu echter roet in het eten. Oost-Europese economieën -veelal kwetsbare, opkomende markten- plukken de wrange vruchten van een welvaartsgroei die voor een belangrijk deel met geleend geld werd gerealiseerd. Investeerders trekken zich terug en de angst dat Oost-Europese bedrijven en overheden niet in staat zijn hun schulden af te lossen, neemt toe. Die vrees wordt onder meer gevoed door negatieve commentaren vanuit rating agencies Moody’s en Standard & Poor’s. In een recent rapport van Standard & Poor’s viel te lezen: “The ongoing dislocation in the financial markets is completely changing the landscape for Eastern European economies — again. The ingredients of a significant regional crisis are in place” …lees meer
Europese eenheid onder druk
Ironisch: dit jaar viert Europa dat twintig jaar geleden de laatste communistische regimes van het Oostblok plaats maakten voor meer Westers georiënteerde overheden. Het jaar 1989, waarin onder meer de Berlijnse Muur viel en het bewind van de Roemeense dictator Nicolai Ceausescu op gewelddadige wijze ten einde kwam, wordt door velen gezien als een mijlpaal: de Koude Oorlog was voorbij. Het einde van de Koude Oorlog betekende dat een steeds verdergaande samenwerking tussen de Europese landen mogelijk werd. In de twintig jaar die achter ons liggen, werden onder meer het Verdrag van Maastricht (1992) en het Verdrag van Schengen (1995) gesloten, werd de EU uitgebreid tot een huidig ledenaantal van 27 en werd in 2002 in een groot aantal landen een pan-Europese munt ingevoerd …lees meer
Robert Zoellick, president van de Wereldbank, vindt het dan ook schrijnend dat de huidige crisis in Europa voor ernstige verdeeldheid zorgt. Vorige maand liet hij weten dat de situatie in Oost-Europa dermate zorgelijk is, dat interventie door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) noodzakelijk is. Bovendien deed hij een oproep aan de Europese overheden om in problemen geraakte Oost-Europese landen te hulp te schieten: “It’s got to have support from the European governments. It’s 20 years after Europe was united in 1989. What a tragedy if you allow Europe to split again” …lees meer
Zoellicks zorgelijke uitspraken waren niet geheel ongegrond. Kort daarvoor had de Franse president Nicolas Sarkozy een protectionistische knuppel in het Europese hoenderhok gegooid. Sarkozy stelde dat het ongewenst zou zijn dat Franse autoproducenten hun fabrieken naar landen als Tsjechië zouden verhuizen. Als deze bedrijven aanspraak wilden maken op overheidssteun, dan dienden zij in eigen land fabrieken te exploiteren, om zo de Franse werkgelegenheid te stimuleren. Deze uitspraak kwam Sarkozy op een reprimande te staan van Neelie Kroes, de eurocommissaris die toezicht houdt op de naleving van mededingingsregelgeving binnen de EU. Sarkozy, die niet bekend staat als toonbeeld van zelfbeheersing, liet zich ontvallen dat hij Kroes ‘een dwaas’ vond, maar bond uiteindelijk in …lees meer
Tot elkaar veroordeeld
Misschien is het gedrag van Sarkozy illustratief voor de houding van de verschillende EU-lidstaten ten opzichte van elkaar: men is tot elkaar veroordeeld. Het lijkt niet raadzaam om noodlijdende landen binnen Europa aan hun lot over te laten. De angst dat de verslechterende economische omstandigheden in Oost-Europa de meer welvarende Europese landen eveneens dieper in de malaise zal doen belanden, is groot.
Geheel denkbeeldig is die angst niet: veel welvarende Europese landen doen zaken met Oost-Europa. Kredietbeoordelaar Moody’s liet recent weten dat de wankele positie van sommige Oost-Europese landen zou kunnen leiden tot problemen bij de lokale dochterondernemingen van grote Westerse banken. Diverse financiële instellingen zijn actief in die regio, zoals ING Bank Śląski in Polen en het Belgische KBC in Hongarije. Deze Oost-Europese bankonderdelen zouden op hun beurt een potentieel gevaar voor de Westerse banken zelf kunnen vormen. En die banken hebben momenteel al genoeg problemen. Europese leiders willen dan ook koste wat het kost vermijden dat de problemen van landen als Letland, Hongarije en Oekraïne erin resulteren dat de zware recessie waar West-Europa mee kampt, verder toeneemt in tijdsduur en hevigheid. Aan de andere kant: wanneer de eigen economie in het slop raakt en de eigen kredietwaardigheid snel terugloopt, staan de rijke landen niet te springen om miljarden te investeren in de minder welvarende regio van Europa. Wat te doen met de rotte appels in de mand? Wel of niet helpen: aan beide opties kleven risico’s. Vaak is een korte pijnlijke ingreep echter beter dan het laten dooretteren van het probleem.
In relatietherapie
De leiders van de Europese Unie (EU) waren afgelopen weekend in Brussel bijeen om de economische situatie in Europa te bespreken. De toestand in Oost-Europa was een belangrijk gespreksonderwerp …lees meer
Hongarije wilde nota bene dat de Europese Unie tussen € 160 miljard en € 190 miljard zou gaan vrijmaken om de Oost-Europese landen te steunen. Dat dit niet bevorderlijk is voor een sterke euro moge duidelijk zijn. Maar hoewel dit plan afgelopen weekend door de Europese regeringsleiders werd afgeschoten, heeft men in Brussel de eenheidsgedachte niet laten varen. In een verklaring naar aanleiding van de top lieten de Europese leiders weten wat in hun ogen op dit moment het belangrijkste is: “…getting the real economy back on track by making the maximum possible use of the single market, which is the engine for recovery.”
Men wil het dus toch samen gaan proberen… met alle risico’s die daar bijhoren. Grote kans dat dit Nederland dus nog veel meer gaat kosten. Europa bedankt! Wordt het weer tijd voor een referendum? Of geloven we toch al niet meer in het respecteren van de uitkomst door Balkenende?
Harm van Wijk
BeursBulletin