Is bouwen of verbouwen nog wel leuk?

Heeft u een keer geen gespreksstof of valt er een keer een pijnlijke stilte op uw feestje: stel dan de bovengenoemde vraag en iedereen heeft plotseling weer tekst genoeg, waarschijnlijk tot in de kleine uurtjes!
Degene die het “echt” meegemaakt hebben vertellen u over de gevechten met de Welstandscommissie, de strubbelingen bij de bouwaanvraag, het daardoor ontstane tijdsverlies, de moeizame prijsonderhandelingen met de aannemer(s), de bouwfouten die gemaakt werden en de bouwkosten die door de gebrekkige contracten en te vage afspraken steeds hoger werden.
Om over het uitlopen van de bouwtijd maar helemaal niet te spreken.

Nu valt het inderdaad niet te ontkennen dat zowel bij nieuw-als verbouw, zowel tijdens de voorbereiding als de uitvoering, er veel fout kan gaan.
Bij verbouw is het risico zelfs relatief nog groter, omdat bij de uitvoering het bestaande pand toch weer net iets anders in elkaar kan zitten dan de oude tekeningen suggereren.
Anderzijds is het ook zo dat bij een perfecte voorbereiding en begeleiding van de bouw, problemen van zowel bouwkundige als financiële aard nagenoeg geheel voorkomen kunnen worden.
Een aspirant opdrachtgever dient voordat hij zich aan een architect of aannemer bindt, goed na te gaan hoe hij e.e.a. denkt te gaan organiseren. Hij kan een aannemer inschakelen die alles regelt zodat hij eigenlijk maar één gesprekspartner heeft, of hij kan alle ontwerp- en tekenwerk afsplitsen in combinatie met een strenge budgetbewaking.
Het spreekt voor zich dat men bij de eerste methode een onomstotelijk vertrouwen in de aannemer moet hebben omdat deze alle vrijheid van handelen heeft. Dit is o.a. ook het geval bij de “sleutelklare” projecten.
Bij de tweede methode komt er weliswaar een stuk begeleidingskosten om de hoek kijken, doch daar staat weer tegenover dat door het aanvragen van diverse aannemers dikwijls een lagere bouwsom bedongen kan worden en zelfs flinke bedragen aan winstopslag en provisie kan worden bespaard. Dit laatste door sommige onderdelen partieel uit te besteden.
In de praktijk blijkt echter dat voor een opdrachtgever, los van de eventuele financiële voordelen, het feit dat hij bij deze methode een deskundige gesprekspartner c.q vertrouwensman heeft, dikwijls de doorslag geeft.
Bij evt. problemen heeft hij dan een deskundige achter zich staan, die zijn belangen behartigt en die aanzienlijk goedkoper is dan een advocaat.
Bij systeembouw of aankoop van een (bedrijfs)pand uit een project bij een projectontwikkelaar valt er uiteraard aanzienlijk minder te kiezen omdat men daar volgens een bepaald “kant en klaar” concept te werk gaat. Toch ontstaan hier
soms vervelende problemen omdat men, als koper, dikwijls niet krijgt waar men recht op heeft. Er blijken soms zelfs diverse voorzieningen compleet te te ontbreken, die er dan achteraf (voor zeer veel geld), toch moeten komen.
Dit terwijl, indien dit tijdig was opgemerkt, dit voor een klein prijsje bij de ruwbouw al had kunnen worden meegenomen.
Bij de geringste twijfel is het voor particuliere op bedrijfsmatige bouwplannen aanbevelenswaardig om zowel het bestek als de tekeningen, alsmede het koopcontract, door een deskundige, in een ZO VROEG MOGELIJK STADIUM te laten controleren.
Ook voor sleutelklare projecten blijkt een “second-opinion” dikwijls punten op te leveren waar dikwijls nog niemand aan heeft gedacht en die, voor direct of later, grote voor voordelen c.q. kostenbesparingen kunnen opleveren.
Als er dan bovendien tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat de bouw- en/of koopcontracten juridisch waterdicht gemaakt worden, kan het bouwen (of kopen) toch nog leuk worden.

Naschrift:
In mijn praktijk heb ik zeer veel bouwtekeningen van derden voor verbouwingen en nieuwbouw gecontroleerd. Dit gebeurde dan bij voorkeur voordat er ook maar één spa de grond in was gegaan. Het is verbazingwekkend hoeveel punten er dan nog voor verbetering vatbaar blijken te zijn. Door kleine wijzigingen, die bovendien dikwijls niet eens duurder behoeven te zijn, kan het gebruiksgemak niet zelden flink opgevoerd worden. Ook kan door een paar simpele ingrepen de architectuur zodanig verbeterd worden dat de eventuele latere verkoopwaarde aanzienlijk hoger komt te liggen.
(Geen value beleggen, maar value bouwen, zeg maar)
Het behoeft geen betoog dat momenteel de aandacht ook dient uit te gaan naar een type woon-of werkgebouw waarbij de energiebehoefte zo laag mogelijk is. Op dit gebied is zeer veel mogelijk, en wel op zo’n manier dat niet alleen het bouwen op zich, maar ook het gebruiksplezier van het gebouwde veel leuker maakt.
Om het gebruiksplezier maximaal te maken dient niet alleen de energiebehoefte van het gebouw zo laag mogelijk te zijn maar ook de toekomstige onderhoudskosten.
In theorie is het mogelijk om “energiepassief” en zelfs “energieactief” te bouwen en tegelijkertijd het gebouw uitermate onderhoudsarm te hebben.
Het mooiste is om zo “energieactief” te bouwen dat het gebouw zoveel elektriciteit produceert dat er een elektrische auto op zou kunnen rijden.

Het advies voor iemand met bouwplannen is dus om een zeer mooi huis, met een architectuur die perfect in de omgeving past en dat zowel “energieactief” als nagenoeg “onderhoudsvrij” is.
De techniek is er, nu de motivatie nog.

www.tarbo.nl