Paardenincident het einde van de prijsvechters?

Als men te lang aan een elastiek trekt, dan breekt die. Om met beeldspraak verder te gaan, hoeveel seconden krijgt een atleet nog af van de 100 meter sprint? Komt men op een bepaald moment niet zijn natuurlijke grens tegen? Een grens die men enkel kan overschrijden door vals te spelen. In het wielrennen kunnen Contador en Armstrong u er alles over vertellen. Hun verontschuldiging was echter dat de supporters en de pers hen verplichten doping te gebruiken om te kunnen blijven voldoen aan hun verwachtingen. Stilaan is de grens bereikt, zowel in de sport als in de handel. Om als prijsvechter de laatste centiem te kunnen uitpersen uit de leveranciers, gaan die producenten soms rare sprongen maken.

En toch verplichten wij, consumenten, dat supermarktketens het onmogelijke blijven doen. Prijzen verlagen! Net zoals in de sport de doping van hogervenoemde wielrenners waarschijnlijk een mijlpaal wordt in het dopinggebruik, net zo zou dit paardenvleesincident wel eens een mentaliteitsverandering in gang kunnen zetten. Men wint niet altijd door de goedkoopste te zijn. Ford en General Motors in Amerika hebben dat mogen ondervinden. Zij persten hun leveranciers zo uit, dat ook deze gingen foefelen met de kwaliteit, waardoor Ford op het laatste minderwaardige auto´s aan het verkopen was en de strijd verloor tegen Japan. Ze waren wel goedkoop, maar mochten uiteindelijk fabrieken sluiten! Het hele economische model van produceren en verkopen zal via andere normen en waarden moeten gaan verlopen. Mac Donalds heeft eens imagoschade opgelopen toen  in 2003 in England bleek dat er minderwaardig vlees in de hamburgers zat. Die dure les (imagoschade kost bakken vol geld) zette er toe aan de aankoopprocedure te veranderen De restaurantketen koopt nu al het rundvlees voor zijn Britse vestigingen direct bij 17.500 boerderijen in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, en gebruikt daarvoor langlopende contracten. Veel andere voedselverwerkende bedrijven treffen nu vergelijkbare maatregelen. De grens van de laagste prijs is blijkbaar bereikt. Geen enkele nieuwe enthousiaste aankoper kan langs het feit dat zelfs water een kostprijs heeft! Maar wie is hiervan eigenlijk de schuldige? Net zoals de wielrenners hun dopinggebruik  verantwoorden doordat hun supporters steeds meer van hen verwachten, net zo is het met de supermarkten die u onder druk zet om de goedkoopste te zijn. Boeren moeten subsidie krijgen omdat ze niet rond komen van de lage inkoopprijzen, textielbedrijven moeten dicht omdat ze niet kunnen concureren met India, staalbedrijven moeten sluiten omdat hun arbeid te duur is. Men kan zo aanvoelen dat er in het economische model iets mis aan het lopen is. Staalarbeiders die gaan betogen, en met hun KIA (Zuid Korea) naar Brussel rijden, rondlopen in kleding uit China, schoenen uit India, uurwerken uit Taiwan, sokken uit Egypte, die moeten eens even nadenken voordat ze roepen “Hou het werk hier!”. Het westerse economische model wordt misbruikt door het Oosten. Alhoewel zij niet anders doen dan onze economsche modellen gebruiken. Die modellen hielden echter in de jaren 50 en 60 geen rekening met de globalisering van de goedkope wereldhandel. Ter ere van de goedkoopste is in die wereldhandel alles blijkbaar toegestaan. Van kinderarbeid, gebruik van goedkope, giftige kleurprodukten, tot knoeien in de voedselketen. Nu eet men lasanga met vlees dat bijna niet te traceren is ter ere van de prijsvechters. En u, u heeft er zelf om gevraagd! Net zoals hopelijk de doping affaire in het wielrennen naar meer ethiek in de wielersport zal leiden, mogen we hopen dat deze paardenvleesaffaire een nieuwe handelsethiek mag voortbrengen. Een ethiek waarin producent en verkoper elkaar het licht in de ogen gunnen, en waarin de consument, ook uit eigenbelang, kwaliteit boven prijs gaat stellen.