QE, olie en de beurzen

QE, olie en de beurzenAls kuddedier is het voor de belegger heel eenvoudig om te roepen wat iedereen roept. Het is veilig, want iedereen roept het, dus moet het wel waar zijn. Mocht het anders uitpakken dan zitten we collectief fout en dan doet het ook minder pijn. Gedeelde smart is immers halve smart.

QE, olie en de beurzen Als kuddedier is het voor de belegger heel eenvoudig om te roepen wat iedereen roept. Het is veilig, want iedereen roept het, dus moet het wel waar zijn. Mocht het anders uitpakken dan zitten we collectief fout en dan doet het ook minder pijn. Gedeelde smart is immers halve smart.
Toch geef ik er een voorkeur aan een open mind te hebben en over zaken zoveel mogelijk zelf te oordelen in plaats van de consensus te kopiëren. In juni 2008 schreef ik in Beleggers Belangen Technische & Kwantitatieve Analyse (TKA) een uitgebreid artikel Correlaties: schijn of werkelijkheid? over vermeende verbanden tussen de olieprijs en de beurzen enerzijds en het renteniveau en de beurzen anderzijds. In het artikel staan onder meer een vijftal voorbeelden van oorzaak en gevolg met het oog op de olieprijs. Soms is de olieprijs positief voor de beurzen en op andere momenten negatief.
Ondanks-voorbeelden en andere vermeende correlaties kunt u iedere dag in de krant lezen. In de afgelopen week varieert dat van ASML ziet recordjaar 2011 ondanks tsunami tot Obama praat de beurs omhoog. Met name de ondanks-voorbeelden zouden ons aan het denken moeten zetten. Waarom doet de beurs niet wat we op grond van het nieuws zouden mogen verwachten?
En dit zijn alleen nog maar de ondanks-voorbeelden. Beter lijkt het om te zeggen dat het nieuws verandert naar mate de beurzen stijgen of dalen. Bij een stijging wordt het nieuws beter en bij een daling wordt het nieuws slechter. Nieuws zet markten niet in beweging maar is een gevolg van de marktbewegingen.
Het TKA-artikel verscheen een maand voordat de olieprijs op $147 een top maakte. Met de huidige olieprijs boven $ 100 zou wederom gesteld kunnen worden dat dit slecht is voor de economie. Aangezien de beurs doorgaans 3-6 maanden vooruit loopt op de economie zouden we mogen verwachten dat de beurzen negatief gestemd zijn als gevolg van de hoge olieprijs. De afgelopen week kwam ik onderstaande grafiek tegen die een heel ander beeld geeft:
We zien dat Wall Street en de olieprijs keurig hand-in-hand stijgen en dalen. Een hoge olieprijs zorgt niet voor een beursdaling. Integendeel zelfs. Een daling van de olieprijs zorgt evenmin voor opluchting op de beurzen.
Als we al voorspellingen willen doen van het effect van de olieprijs op de beurzen, dan is het interessanter om te kijken naar de analyses van Tom McLellan. Hij projecteert de olieprijs 10 jaar vooruit om zo een voorspelling voor de Dow Jones te doen. Het gaat daarbij niet om op de dag nauwkeurige analyses, maar om een globale trend. Inzoomen op de laatste 40 jaar voorspelt dat er een dip aankomt die ergens in 2012 zou moeten bodemen:

De conventionele oorzaak en gevolg-verklaringen werken in elk geval dus niet. Door de mechanische werking van onze hersenen zijn we altijd op zoek naar een exogene oorzaak die de markten in beweging zou moeten zetten. Is het niet de olieprijs, dan is het wel Quantitative Easing (QE) dat ten grondslag zou liggen aan de stijging van de beurs en van goud en zilver. In mijn blogbericht over de kostprijs van een broodje kaas liet ik reeds een grafiek zien van de groei van het basisgeld.
In diverse columns, zie hier en hier, wordt gesproken over het feit dat de beurzen en de koersen van grondstoffen door QE worden opgedreven. Zonder iets aan de kennis en kunde van deze analisten af te willen doen, is het verband naar mijn mening simpelweg niet aanwezig. Maar iedereen roept hetzelfde en het lijkt wel of we kopiëren zonder zelf na te denken. De $ 1.600 miljard bijgedrukt basisgeld hebben de commerciële banken gestald bij de Federal Reserve. Ze ontvangen daarover momenteel geen rente aangezien het rentetarief rond 0% staat. Het basisgeld vindt zijn weg op geen enkele manier naar de beurzen of naar de edelmetaalmarkt. Wanneer, zie de voorspelling van de olieprijs hiervoor, de beurzen een nieuwe duikeling gaan maken, zullen ook de economieën een nieuwe, nog veel grotere, knauw krijgen. Bij het wegvallen van de vraag is de kans op deflatie erg groot. In een latere fase, zie wederom de olievoorspelling hiervoor, is (hyper)inflatie veel waarschijnlijker. Neem even de tijd om dit filmpje te bekijken. Mike Maloney kan als geen ander uitleggen wat het effect van het digitaal bijgedrukte basisgeld is en waarom (eerst) deflatie veel waarschijnlijker is. Een van de voorbeelden die hij laat zien waarom deflatie nu feitelijk al gaande is, is te zien in de duikvlucht die de commerciële en industriële geldleningen hebben genomen. Maar om terug te keren naar oorzaak en gevolg, zie hier de grafieken die naar mijn mening laten zien dat het effect van QE1 en QE2 op de beurzen en de grondstoffenprijzen nihil is:

QE1 begon (en eindigde) ver voordat de beurzen bodemden in maart 2009. En QE2 begon nadat de beurzen al een enorme rally hadden laten zien. Hetzelfde zien we bij de CRB-index. Met andere woorden: onderzoek de feiten (QE staat gestald bij de FED) en zelfs als je dan nog twijfelt, plaats de gegevens bij voorkeur in een grafiek, zodat je zelf kunt constateren dat oorzaak en gevolg heel anders ligt dan alom geroepen wordt.
Elmer Hogervorst
http://weblog.goudtekoop.nl
Elmer Hogervorst is fiscaal-jurist van origine en begeleidt vermogende en minder vermogende particulieren bij de opbouw, uitbouw en vooral de bescherming van hun vermogen. Zo is Elmer één van de vaste begeleiders van prijswinnaars in de Staatsloterij. In deze bijzondere economische tijden is de bescherming van vermogen, bijvoorbeeld door middel van aankoop van fysiek goud en/of zilver actueler dan ooit. De artikelen van Elmer zullen dan ook vooral aan zijn webwinkel, www.goudtekoop.nl, gerelateerde onderwerpen betreffen.