Statoil: Kiezen voor kwaliteit

{jcomments off}Advies: kopen
Koers: $24,07 d.d. 24-01-2014
 
Conclusie

– Zeer solide bedrijf met een stabiele aandeelhouder
– Aantrekkelijke K/W rond de 10
Dividend rendement van circa 5%

 
Company profile

Het Noorse Statoil is op initiatief van de Noorse overheid opgericht in 1972. Het nieuwe bedrijf, dat toen nog Den norske stats oljeselska heette, kreeg als taak mee om de olie- en gas industrie commercieel op poten te zetten. Statoil ging in 2001 naar de beurs en kreeg een notering in New York. Bij die gelegenheid kreeg het bedrijf de huidige naam.
Het hoofdkwartier van het bedrijf is in Noorwegen gevestigd, maar het bedrijf is nu in 35 landen actief en telde aan het einde van 2012 ongeveer 23.000 medewerkers. Het bedrijf is echter vooral actief op het Noorse continentale plat.
Statoil legt zich toe op upstream activiteiten. Dat betekent, dat het bedrijf de nadruk legt op exploratie en productie. Na Rusland is Statoil de belangrijkste leverancier van gas aan de Europese markt.

In 2012 had Statoil een omzet van NOK 723,4 miljard (€ 85,5 miljard) . Dat was een stijging van 7,9% ten opzichte van een jaar eerder. De nettowinst kwam uit op NOK 69,5 miljard (€ 8,2 miljard), een daling van 11,4%. De winst per aandeel bedroeg NOK 21,60 (-12,6%). Op moment van schrijven bedraagt de marktkapitalisatie NOK 493,3 miljard (€ 58,3 miljard).
 
Minder Noors

Het Noorse oliefonds is nog steeds met grote afstand het grootste Noorse beursgenoteerde bedrijf. Het Noorse Overheidspensioenfonds belegt steevast in het oliefonds en zorgde deels voor de grote kapitaalsaanwas van het bedrijf.
Binnen de Noorse politiek is echter een beweging op gang gekomen om Statoil minder Noors te maken. Partijen als de Conservative Party en de Progressive Party hebben in de aanloop naar de verkiezingen beiden gezegd het politiek niet relevant te vinden, dat het aandeel van de Staat 67% blijft. Ze willen, dat de politiek minder greep houdt op de economie en dus ook op Statoil. De nieuwe regering onder Erna Solberg heeft zich ten doel gesteld om het aandeel van de overheid terug te brengen naar 51%. Dat kan op verschillende manieren, maar uiteindelijk draait het er om of de gekozen oplossing politiek haalbaar is. Dat betekent dat het bedrijf een duidelijke Noorse signatuur moet houden. Een fusie met een andere zogeheten oil major is daarmee uit den boze. Ook voelt de overheid er weinig voor om een deel van haar aandelen op de markt te zetten. Daar is economisch gesproken weinig winst te behalen. De opbrengst zou moeten verdwijnen in het Noorse sovereign fund, het Noorse appeltje voor de dorst. Maar daar zit al meer dan $ 800 miljard in.
 
De beste oplossing lijkt een aandelenemissie om op die manier het belang van de staat te verwateren. Van de opbrengst van een dergelijke emissie, geschat op $ 22 miljard, zou Statoil enkele grotere acquisities kunnen doen, liefst buiten Noorwegen. De acquisities zouden bovendien de Upstream poot moeten versterken. Nu nog komt bijna 75% van de energieproductie van eigen bodem, maar in 2020 moet meer dan 40% elders gewonnen worden.
 
Daar ligt een simpele overweging aan ten grondslag. De voorraden in de Noordzee beginnen geleidelijk op te drogen. Als Statoil geen internationale stappen onderneemt, dan zal het bedrijf op den duur gaan krimpen. Alles bij elkaar heeft Statoil voor de komende jaren een oorlogskas van om en nabij $ 40 miljard voor acquisities, mocht de overheid besluiten haar belang naar 51% te verlagen. In de jaren 2010-2013 hebben de Noren immers assets afgestoten ter waarde van $ 17 miljard.
 
Kwaliteit
Acquisities moeten eerst en vooral de Upstream poot versterken. Wat dat betreft houdt Statoil er dezelfde visie op na als het Spaanse Repsol. Het vinden en winnen van energie (upstream) levert hogere marges op, dan de verwerking ervan downstream. De desinvesteringen moeten ook in dat licht bezien worden. Acquisities en desinvesteringen moeten de kwaliteit van de portefeuille verbeteren om zo de te behalen marges te verbeteren. Onderstaande figuur laat zien, dat dit beleid tot dusverre effectief is geweest. Vergeleken met de sector scoort het bedrijf hoog als het gaat om het rendement op het geïnvesteerd vermogen. De hoge marges maken het oliebedrijf ook minder kwetsbaar voor prijsvolatiliteit.

Een tweede belangrijk aspect van de portefeuille van Statoil is, dat ze niet bijzonder politiek gevoelig is. Waar de sector gemiddeld 10% van de activiteiten in potentieel politiek onrustige landen heeft, is dat in het geval van de Noren slechts 4,5%. Dat is zeker voor beleggers een prettige bijkomstigheid.
 
Na het bekend worden van het nieuws, dat Statoil voornemens was het acquisitiepad te bewandelen kwam er een geruchtenstroom van mogelijke overnamekandidaten op gang. De meest genoemde namen tot dusverre zijn die van het Britse Tullow Oil en het Schotse Cairn Energy. Beide partijen zijn financieel te behappen en hebben booractiviteiten in landen, waar Statoil zelf ook al met succes actief is, zoals Angola en West Afrika. Andere namen zoals Anadarko Petroleum of BG zijn minder waarschijnlijke kandidaten, omdat die feitelijk te groot zijn voor Statoil om over te nemen onder het geschetste scenario.
 
In 2013 heeft er nog geen overname plaats gevonden. Dat is vooral te wijten aan het tergend langzame politieke proces in Noorwegen. De trage besluitvorming kan volgens een enkele analist tot gevolg hebben, dat het acquisitieplan definitief achter de horizon gaat verdwijnen. Die wijzen erop, dat de Noren in de afgelopen jaren bijzonder succesvol zijn geweest in het opsporen van nieuwe energiebronnen. Zo heeft het bedrijf met verhoudingsgewijs veel succes de Noord-Amerikaanse schaliemarkt betreden. Hetzelfde geldt voor Angola en Brazilië. In 2012 zijn de Noren erin geslaagd nieuwe voorraden ter grootte van 1,5 miljard vaten aan de bestaande toe te voegen. In de eerste drie kwartalen van 2013 kwamen daar nog eens 900 miljoen vaten bij. De doelstelling is om in 2020 dagelijks 2,5 miljoen vaten per dag te kunnen oppompen. Het bestaande productievermogen moet daarom nog met een kwart verhoogd worden. Die nieuwe capaciteit zal vooral uit de VS en uit Angola moeten komen. Vooral de verwachtingen rondom Angola zijn hooggespannen. In het midden van 2014 hoopt het management definitief duidelijkheid te krijgen over mogelijke nieuwe productie.

Overigens heeft het management bij gelegenheid van de cijfers over het derde kwartaal laten weten, dat die 2,5 miljoen vaten per dag in 2020 geen wet van Meden en Perzen is. Ook hier geldt dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Het proces van kwaliteitsverbetering van de portefeuille heeft bijvoorbeeld als gevolg, dat de toevoegingen aan de bestaande voorraden lager zullen uitvallen dan in 2012.

De keuze voor kwaliteit heeft zich in ieder geval in het derde kwartaal van 2013 uitbetaald in beter dan verwachte cijfers. De geschoonde nettowinst van NOK 12,1 miljard (€ 1,43 miljard) was beter dan de consensusverwachting van NOK 11,9 miljard. Volgens het management was dat goede resultaat vooral te danken aan de betere prestatie van Upstream. Kiezen voor kwaliteit impliceert, dat het proces van desinvesteringen ook de komende jaren nog doorgaat. Dat zal de kwaliteit van de winst alleen maar doen toenemen. Dat, gecombineerd met een evenwichtige en stabiele portefeuille en een gestaag groeiende eigen productie, maakt van Statoil een aantrekkelijk beleggingsobject voor de middellange termijn. De belegger mag ook niet vergeten, dat Statoil zich gesteund weet door de Noorse overheid. Bovendien mag de belegger rekenen op een aantrekkelijk dividend, dat nog jaarlijks stijgt. Het advies is dan ook kopen. Statoil is onderdeel van een mandje van energieaandelen, dat in elke portefeuille thuis hoort.
 
Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen of wilt u meer informatie over de diensten van ER Capital Vermogensbeheer dan kunt u gebruik maken van onderstaande link.

KLIK HIER