(Wan)hoop en realiteit (Jan van Gemeren)

Draghi gaat een QE ’light’ opstarten, een opkoopprogramma van voorverpakte leningen en obligaties voor een bedrag dat kan oplopen tot 1.000 miljard euro (asset-backed securities afgekort ABS). Dat is mooi zou je zeggen nog meer geld in omloop, dat ten goede komt aan de economie. Er zijn echter 2 problemen. ABS zal de banken niet stimuleren om meer krediet te geven aan de economie en de markt van ABS in flinterdun. De omzet in Europese ABS was vorig jaar 74 miljard Euro. De kwaliteit van ABS die de ECB zoekt wordt door JPMorgan geschat op 13 miljard Euro. Dat wordt dus een zeer tijdrovende exercitie voor Draghi en die tijd heeft hij niet want een recessie en deflatie ligt nog immer op de loer.

De beurzen juichen maar worden opnieuw een worst voorgehouden die in de praktijk niet zal werken. We kennen de afkorting ABS uit de autowereld voor Anti-lock Braking System. Een systeem om de controle van een auto te verbeteren op droge en glibberige ondergrond. Het ABS systeem van Draghi kan uiteindelijk tot een crash leiden. Het illustreert het onvermogen van de ECB. Op een gegeven moment zal blijken dat het niet werkt en het vertrouwen van beleggers in de centrale banken ondermijnen. Draghi is zich hiervan bewust en daarom hamerde hij er ook op dat landen van de eurozone hun economieën gaan hervormen. Draghi beseft dat zijn bazooka geen vuurkracht meer heeft en hoopt op hulp van de overheden. Dat lijkt mij, gezien de bestedingsdrift van Zuid-Europese landen, een onrealistisch.

Ongetwijfeld de meest dominante factor voor een afzwakkende groei is de demografische trend. Vanaf de 2e wereldoorlog groeide de werkende bevolking in verhouding tot de totale bevolking. Maar vanaf 2000 neemt deze verhouding sterk af. Meer gepensioneerden en minder jonge mensen die hun plaats innemen. Dat is dan ook de belangrijkste reden dat de consumenten bestedingen afnemen. Minder consumentenbestedingen betekent minder productie en dus ook minder economische groei. De Fed is zich hier uiteraard bewust van en probeert via de gratis geld politiek de afnemende groep consumenten te verleiden tot meer consumeren, tot op heden met weinig succes want het meest geld verdwijnt naar de financiële markten.

Dat dit uiteindelijk een dood lopende weg is zal duidelijk zijn. Zelfs de macht van de Fed is niet groot genoeg om te voorkomen dat de huidige demografische trend de economische groei negatief zal beïnvloeden. Afgelopen week bleek in de VS dat de beroepsbevolking participatiegraad (het percentage van de volwassen bevolking met een baan of op zoek naar een baan) is gedaald tot 62,90%, het laagste niveau in 36 jaar. Ook dit zal het bestedingspatroon van de consumenten negatief beïnvloeden. In een volgende column zal ik de demografie factor meer uitdiepen. Oudere beleggers zullen ook de neiging hebben om minder te beleggen of in ieder geval minder riskant wat een negatieve invloed heeft op de waardering van aandelen.

En andere manier van de centrale banken om consumenten te verleiden tot (onverantwoorde) aankopen is om de rente zo laag mogelijk te houden en kredieten te stimuleren. Probleem is echter dat de lage rente nauwelijks doorsijpelt naar de consument. De banken likken nog steeds hun wonden van de kredietcrisis uit 2007 en zijn slechts mondjesmaat bereid om leningen te verstrekken aan particulieren en het MKB. Uit winstoogmerk is er voor de banken ook geen enkele prikkel want ze kunnen risicoloos rendement maken op de financiële markten met het gratis geld van de centrale banken.

Het enige wat de centrale banken tot op heden hebben bewerkstelligd is dat de aandelen– en obligatiemarkten zonder noemenswaardige correcties tot extreme hoogten stijgen waarbij de relatie met de echte economie volledig uit balans is geslagen. Zodra duidelijk wordt dat de ‘hulp’ van de centrale banken niet werkt en een deel van de beleggers het vertrouwen in de centrale banken opzegt zal de huidige zeepbel uiteenspatten. Het is thans niet meer de vraag OF dat zal gebeuren maar WANNEER.

Vanaf 2009 levert de S&P500 een gemiddeld jaarrendement op van 23%. Het lange termijn jaargemiddelde vanaf 1926 ligt op 9,90%. Het rendement de afgelopen jaren is dus ruim 2 keer zo hoog. Als dit ondersteund wordt door goede fundamenten is daar natuurlijk niets mis mee maar daar wringt juist de schoen. In de afgelopen 60 jaar groeide de Amerikaanse economie jaarlijks met gemiddeld meer dan 3% na inflatie. In de huidige herstelperiode vanaf 2009 ligt de groei steeds onder de 3% ondanks de stimulaties van de Fed. De lange termijn prognoses voor de komende 10 jaar liggen rond de 2%.

Een trend die ik de komende decennia verwacht in de Westerse wereld zagen we 25 jaar geleden al in Japan. De enorme groei van deze economische wereldmacht kwam tot een abrupt einde mede door de vergrijzing van de bevolking. We zullen, ook de centrale banken, toch moeten accepteren dat in de komende decennia de economische groei meer gematigd zal zijn. Uiteindelijk zal dat ook tot uiting komen in de koersen op de financiële markten.

Ganntrader (Klik hier voor meer informatie over ons)