Weer een hoogmoedige Roubini

Ik kreeg deze week een link doorgestuurd naar een artikeltje vol met (wederom) pessimistische woorden van Nouriel Roubini. De intelligente koppen op de obligatiemarkten zijn het niet met hem eens.
Roubini… Ik kreeg deze week een link doorgestuurd naar een artikeltje vol met (wederom) pessimistische woorden van Nouriel Roubini. De intelligente koppen op de obligatiemarkten zijn het niet met hem eens.
Roubini liet weer van zich horen en de media waren er natuurlijk als de kippen bij om zijn woorden op te tekenen. De markt is volgens hem “te snel, te vroeg en te veel omhoog gegaan”. ‘Dr. Doom’ heeft zich vaker in dergelijke bewoordingen geuit. Ik wil de lezers graag even herinneren aan zijn woorden van begin april, toen de aandelenmarkten net met hun stijging begonnen.
Roubini op 7 april dit jaar: “Beste beleggers, geniet van de deadcate bounce, ofwel de grote sucker’s rally van deze bear market….wacht niet te lang met het verlaten van de financiële Titanic die de volgende financiële ijsberg gaat raken. U kunt als belegger straks platgedrukt worden als u rent voor een reddingsboot”.
In mijn column van 14 april ben ik vol in de aanval gegaan tegen Roubini (en tegen een andere pessimist, Nassim Taleb). De hoogmoed die uit de woorden van Roubini en Taleb spatte, beschouwde ik als een contrasignaal. Of ik de woorden ‘te vroeg, te snel en te hoog’ weer hoogmoedig vind? Het antwoord op deze vraag luidt volmondig: ja!
Twee redenen. Ten eerste is er op de financiële markten geen ruimte voor dergelijke stelligheid. Op de financiële markten spelen zoveel factoren een rol, niet in de laatste plaats de emotie van de belegger, dat voorspellingen per definitie heel moeilijk zijn. Ten tweede geven veel objectieve marktindicatoren, bijvoorbeeld op de obligatiemarkten, een ander signaal dan Roubini.
Weet u, ik kan nu net zoveel redenen bedenken waarom Roubini gelijk zou kunnen krijgen als dat ik redenen kan bedenken waarom hij geen gelijk krijgt. Tegen zijn negatieve argumenten dat er te veel geld is gecreëerd en dat het herstel alleen kan worden toegeschreven aan monetaire en overheidsstimuli, kan ik de volgende, niet uitputtende lijst van positieve factoren inbrengen:
• rente staat heel laag (steeds meer mensen beginnen zich daaraan te irriteren en willen meer met hun geld)
• er staat überhaupt veel geld aan de zijlijn, ook van professionele beleggers die nog lang veel kasgeld hebben aangehouden
• het herstel van de economie kan ook weleens sneller gaan dan gedacht, vooral door de nog altijd positieve ontwikkelingen in de BRIC-landen, bedrijfsvoorraden die moeten worden aangevuld, et cetera
• de markt voor fusies en overnames lijkt weer langzaam op gang te komen.
Het probleem van economische argumenten is vaak dat ze zo dubbelzinnig zijn. Een lage rente kan een goed teken, maar ook een slecht teken zijn. Het is maar net wat de gek erin wil lezen. Pessimisten zien de negatieve kanten en optimisten de positieve kanten. Ik laat liever de markt bepalen waar we naar toegaan. Technische analyse kan behulpzaam zijn bij het bepalen van de trend.
Maar we kunnen ook kijken naar hoe, bijvoorbeeld, de obligatiemarkten denken over faillissementsrisico’s van bedrijven. Op de obligatiemarkten werken doorgaans de knappere koppen, omdat deze markten abstracter zijn dan de aandelenmarkten. Zo valt me de laatste tijd op dat het rendement op Amerikaanse AA-leningen is gezakt onder het niveau van 2005, van ver voor de crisis dus (zie de grafiek in het weekblad).
Hoe lager de yield, hoe veiliger beleggers de betreffende obligaties vinden. Blijkbaar schatten bedrijfsobligatiebeleggers de risico’s op faillissement van de betere bedrijven nu zelfs lager in dan voor de kredietcrisis. Ook de verzekeringspremies op bedrijfsobligaties (CDS’en) zijn de laatste tijd enorm gezakt (hoewel nog niet op het niveau van voor het begin van de crisis).
Tja, wie moeten we geloven: de collectieve intelligentie van de obligatiemarkten of de hoogmoedige Nouriel Roubini? Ik hou het op de obligatiemarkten, maar zeg daar wel meteen bij dat het rendement in mijn ogen wel erg laag aan het worden is. Ik geloof per saldo dat de richting van de markt altijd correct op de (toekomstige) onderliggende economische omstandigheden wijst, maar dat er regelmatig sprake is van overdrijving.
Die overdrijving beginnen we nu te zien op de obligatiemarkten en wellicht ook op de aandelenmarkten. Milde of wellicht zelfs zware correcties zijn van alle tijden. Maar dat neemt niet weg dat de richting op de wat middellange en langere termijn duidelijk is: omhoog. Totdat de grafieken en andere objectieve indicatoren het tegendeel bewijzen.
Harry Geels
Inmaxxa
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.
Voor de bijbehorende grafiek verwijzen wij u naar het weekblad