Een grens die sinds 2012 niet meer werd doorbroken
De Belgische tienjaarsrente staat boven de 4 procent. Voor het eerst in ruim veertien jaar. Dat klinkt als een detail voor obligatiehandelaren in Brussel, maar het is dat niet. Deze rente is de prijs die een overheid betaalt om geld te lenen, en die prijs vertelt iets over vertrouwen.
Het laatste moment dat België dit niveau zag, was midden in de Eurocrisis. Toen stonden Griekenland, Italië, Spanje en Portugal in de schijnwerpers. België gold destijds als een van de wankele broertjes in de rij. Dat die vergelijking nu weer opduikt, is geen toeval. Het is een signaal dat beleggers weer scherper kijken naar wie zijn schulden nog kan dragen.
Waarom dit verder gaat dan één land
Begrotingstekorten lopen op in grote delen van de Eurozone, terwijl inflatie hardnekkiger blijkt dan de centrale banken hoopten. Daarbovenop komt onrust vanuit de Golfregio, die de vraag naar staatsobligaties wereldwijd raakt en de rente verder opdrijft. Het is niet één oorzaak. Het zijn meerdere krachten die tegelijk tegen dezelfde muur duwen.
Dat maakt het lastig om dit weg te zetten als een lokaal Belgisch probleem. Rentes bewegen niet geïsoleerd. Als beleggers meer rendement eisen om Belgische schuld aan te houden, kijken ze automatisch ook naar buurlanden. Nederland profiteerde lange tijd van zijn reputatie als solide schuldenaar met lage rentes. Die reputatie is geen garantie. Het is een aanname die kan verschuiven zodra het sentiment omslaat.
Wat een hogere rente doet met jouw obligaties
Hier wordt het concreet voor wie Nederlandse staatsobligaties in portefeuille heeft. Wanneer de rente stijgt, daalt de waarde van bestaande obligaties met een lagere coupon. Dat is geen theorie, dat is rekenkunde. Een obligatie die 2 procent uitkeert, wordt minder aantrekkelijk zodra de markt 4 procent kan krijgen, en de koers past zich daaraan aan.
Voor wie tot de looptijd vasthoudt, is dit minder dramatisch. Je krijgt uiteindelijk de nominale waarde terug. Maar voor wie eerder wil verkopen, of voor wie via een obligatiefonds is belegd waarin de koers dagelijks meebeweegt, is dit wél voelbaar. De rustige, voorspelbare hoek van de portefeuille wordt plotseling een stuk minder rustig.
De les uit 2011 en 2012
Tijdens de vorige Eurocrisis begon het ook zo. Eerst een land dat door een psychologische grens brak. Dan de vraag of het een uitzondering was of het begin van een patroon. Uiteindelijk volgde een periode waarin beleggers land voor land herwaardeerden op basis van schuldhoudbaarheid, niet op basis van gewoonte.
Niemand weet of dit scenario zich nu herhaalt. Maar de gelijkenis is groot genoeg om niet te negeren. Wie zijn obligatieportefeuille nog steeds ziet als de veilige, saaie hoek die zichzelf beheert, doet er goed aan die aanname opnieuw te toetsen. Rentestijgingen kondigen zich zelden aan met een waarschuwingsbord. Ze breken gewoon door een grens, zoals nu in België gebeurde.
