Het land dat zichzelf verstikt
De gouverneur van de Franse centrale bank zei het hardop. Frankrijk dreigt te verstikken door zijn eigen rentelasten. Dat is geen uitspraak van een criticaster aan de zijlijn, dat is de eigen monetaire waakhond van het land die aan de bel trekt.
Als je centrale bankier zelf waarschuwt dat de staatsschuld het land in de houdgreep neemt, dan is er geen ruimte meer voor relativering. Rentelasten zijn geen abstract begrip. Het is geld dat niet naar zorg, onderwijs of investeringen gaat, maar simpelweg naar het aflossen van rente op eerdere schulden.
Voor Nederlandse beleggers met Europese staatsobligaties in portefeuille is dit geen Frans binnenlands probleem. Frankrijk is de op een na grootste economie van de eurozone. Wat daar misgaat, stopt niet bij de grens.
FROGS, het nieuwe acroniem dat niemand wil zijn
Jarenlang stond PIGS synoniem voor eurozone-risico. Portugal, Italië, Griekenland, Spanje. De zuidelijke lidstaten met de zwakke begrotingen en de hoge schuldquotes. Frankrijk hoorde daar nooit bij. Frankrijk was kernland, net als Duitsland en Nederland.
Nu duikt een nieuw acroniem op in de financiële pers, FROGS, met Frankrijk zelf als nieuwe hoofdrolspeler in het verhaal over Europese schuldzorgen. De spot zit in de naam, maar de onderliggende boodschap is allesbehalve grappig voor wie Franse obligaties of Franse bankaandelen aanhoudt.
Het contraintuïtieve punt is dit, niet Italië met zijn beruchte schuldberg, maar Frankrijk staat nu in de schijnwerpers als de zwakke schakel. Dat is een omkering die de meeste beleggers niet hadden zien aankomen, en omkeringen zijn precies het moment waarop portefeuilles stilletjes kwetsbaar worden.
De banken volgen de staat, altijd
Franse banken laten inmiddels een kredietrisico zien dat boven dat van hun grote Europese branchegenoten uitstijgt. Dat is geen toeval. Banken en hun thuisstaat zijn onlosmakelijk verbonden, ze houden elkaars obligaties aan, financieren elkaars schuld en delen daardoor hetzelfde lot.
Als de markt twijfelt aan de houdbaarheid van de Franse staatsfinanciën, werkt dat automatisch door in het vertrouwen in Franse banken. Dat mechanisme kennen we van 2011 en 2012, toen Griekse en Italiaanse twijfels zich via de bankensector door heel Europa verspreidden.
Het verschil nu is de schaal. Frankrijk is te groot om op dezelfde manier gered te worden als destijds Griekenland. Dat maakt het besmettingsrisico richting de rest van de eurozone, inclusief Nederlandse pensioenfondsen met Franse exposure, een ander soort vraagstuk dan tien jaar geleden.
Wat dit betekent voor jouw portefeuille
Het is verleidelijk om dit weg te zetten als ver-van-je-bed-show, iets voor economen en centrale bankiers. Maar wie Europese staatsobligaties aanhoudt via een beleggingsfonds, een pensioenfonds of direct, heeft vrijwel zeker Franse exposure zonder dat bewust te beseffen.
De spaarder die denkt veilig te zitten in een breed gespreid Europees obligatiefonds ziet misschien niet direct dat een groeiend deel van dat fonds nu net dat land betreft waar de eigen centrale bank het woord verstikking gebruikt. Spreiding werkt alleen als je weet waarover je spreidt.
De vraag die nu relevant wordt is niet of Frankrijk morgen omvalt, maar of jouw portefeuille klaar is voor een periode waarin kernlanden niet langer automatisch als veilige haven gelden. Dat vraagt om een andere blik op wat spreiding, risico en zekerheid eigenlijk betekenen.
