Beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders zullen niet nalaten de particuliere belegger te wijzen op de toegevoegde waarde van een lange termijnvisie.
Beleggers dienen de regelmatige fluctuaties… Beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders zullen niet nalaten de particuliere belegger te wijzen op de toegevoegde waarde van een lange termijnvisie.
Beleggers dienen de regelmatige fluctuaties in de markten te negeren en moeten zich vooral concentreren op het resultaat die beleggingen over vele jaren kunnen genereren. Zo zal het advies bij weer een correctie op de markt altijd luiden te blijven zitten omdat aandelen over een langere periode steevast de neiging hebben in waarde toe te nemen. De waarheid van deze bewering – waar de filosofie van een groot gedeelte van de beleggingsindustrie op is gebaseerd – is echter sterk afhankelijk van de periode waarover men het rendement op zijn beleggingen gaat berekenen. Het is inderdaad waar dat het rendement op aandelen over de afgelopen 100 jaar meer dan de moeite waard was. De Dow Jones – de enige index met een dergelijke historie – rendeerde over de periode sinds 1900 met gemiddeld 10 % per jaar. En dat terwijl deze periode gekenmerkt werd door wereldoorlogen, depressies, recessies, kleinere oorlogen en nog veel meer ander leed. Kortom, een rendement van 10 % op aandelen lijkt een redelijk goede afspiegeling van wat men als belegger over de langere termijn gemiddeld zou kunnen verwachten.
Een probleem is echter dat het overgrote deel der beleggers niet zo veel tijd beschikbaar heeft om van die mooie rendementen op zijn beleggingen te kunnen genieten. Dan wordt het realistischer om een enigszins kortere termijn te hanteren voor het berekenen van gemiddelde rendementen. Stel u besloot exact 10 jaar geleden om een portefeuille bestaande uit louter aandelen uit de AEX te gaan aankopen. U betaalde daarvoor een koers van 550. Dat was de stand van de AEX toen. De AEX staat nu op 485 punten na de afgelopen 10 jaar enorme bewegingen naar boven en beneden te hebben gemaakt. Maar op advies van uw adviseur bleef u steeds zitten want beleggen doe je immers voor de lange termijn. Na 10 jaar maakt u de balans eens op en komt u tot de teleurstellende ontdekking dat u over deze periode gemiddeld 1,3 % per jaar heeft verloren! Nu had u uw vermogen ook gewoon op een deposito kunnen zetten. Laten we er eens van uitgaan dat u dan gemiddeld 4 % per jaar had kunnen realiseren. Uw kapitaal van 550 was dan aangegroeid tot 814 in plaats van geslonken tot 485. En u was een boel kopzorgen over de beurs bespaard gebleven. Om maar niet te spreken van de vele kosten die uw bank of beheerder u deze periode in rekening heeft gebracht als vergoeding voor het zorgen voor uw vermogen. Een verschil van niet minder dan 329!
In werkelijkheid ligt het wel iets genuanceerder. U had over uw aandelen uit de AEX namelijk wel 10 jaar lang een dividend uitgekeerd gekregen en wanneer we dat gaan meerekenen zult u waarschijnlijk wel op een positief resultaat uitkomen. Maar gecorrigeerd voor de gemaakte kosten en het koersverlies was u met een deposito nog altijd beter af geweest.
Pleit dit nu tegen een belegging in aandelen? Nee, zeker niet. Maar hieruit blijkt wel hoe belangrijk het is om een goede beheerder of beleggingsfonds te selecteren. Het tegenwoordig erg populaire en ook door institutionele beleggers steeds meer toegepaste indexbeleggen had over de afgelopen 10 jaar geen toegevoegde waarde ten opzichte van het alternatief van een spaarrekening. Maar er zijn wel degelijk beheerders die over deze periode waarde wisten te creëren met hun strategie. Zo realiseerde bijvoorbeeld Fortis Obam over dezelfde periode een rendement van bijna 7 % per jaar gemiddeld en het Noorse fonds Skagen Global zelfs meer dan 20 % per jaar! Ook een huis-tuin-en-keuken-belegging in obligaties via het vastrentende fonds Rorento rendeerde ruim 5 % per jaar en een belegging in Europees vastgoed was goed voor bijna 5 % per jaar. Dat is overigens exclusief dividend-uitkeringen. En dan hebben we het nog niet over de betere hedge funds die – tegen aanmerkelijk hogere kosten, dat wel – rendementen realiseerden die de moeite meer dan waard waren.
Jan-willem Nijkamp
