Het grootste debat onder economen gaat tegenwoordig over de vraag waarom de inflatie niet aantrekt. Er is massaal veel geld in de markten gepompt, en toch lijken de prijzen niet te stijgen. Zegt men. Want voor je daarover zinnige dingen kan zeggen, moet je natuurlijk wel eerst goed definiëren wat je bedoelt met inflatie.
De betekenis die de mainstream-economen hieraan geven is “een stijging van het algemene prijspeil”, terwijl deflatie, de tegenhanger van inflatie, wordt gedefinieerd als “een daling van het algemene prijspeil”. Met andere woorden: als er inflatie is, dan krijg je minder waar voor je geld, en als er deflatie is, dan krijg je meer voor elke munt die je uitgeeft. Met één monetaire eenheid kun je dus meer kopen, als je kapitaal hebt, maar ook minder afbetalen, in het geval je schulden hebt.
Op het eerste gezicht lijkt daarmee alles gezegd. Druk je geld bij, dan gaan prijzen stijgen, en druk je geen geld meer bij, dan gaan prijzen zakken. Inflatie, deflatie. Maar zo simpel-mechanisch is het niet.
Lees verder
