Na de vorming van de top in mei zakte de DAX hard weg, waarbij de index in juli onder de bodem van maart dook. Dit belangrijke niveau correspondeert met de neklijn van een groot hoofdschouderpatroon. De… Na de vorming van de top in mei zakte de DAX hard weg, waarbij de index in juli onder de bodem van maart dook. Dit belangrijke niveau correspondeert met de neklijn van een groot hoofdschouderpatroon. De doorbraak van dit patroon liet een koersdoel berekenen van circa 4700 punten, hetgeen inmiddels ruimschoots is behaald. Het eerste Fibonacci-niveau (gemeten vanaf de bodem in 2003 tot de top van 2007) werd eveneens doorbroken. Ook het tweede Fibonacci-niveau heeft de index niet voor meer rampspoed kunnen behoeden. De index heeft echter de top uit oktober niet weten uit te nemen en heeft dus een dubbele top neergezet. Inmiddels is de DAX er echter wel in geslaagd een dubbele bodem te vormen. We kunnen vaststellen dat het beeld voor de korte termijn hierdoor enigszins verbeterd is. Het is belangrijk dat deze steungrens niet wordt doorbroken, anders krijgt de dalende trend opnieuw een impuls.

