Nadat de euro in juli 2008 een top rond $ 1,60 neerzette, deed deze munteenheid een forse stap terug en tikte in oktober 2008 een laagste koers aan rond $ 1,23. De bodem rond $ 1,25 bood in 2006 een aantal… Nadat de euro in juli 2008 een top rond $ 1,60 neerzette, deed deze munteenheid een forse stap terug en tikte in oktober 2008 een laagste koers aan rond $ 1,23. De bodem rond $ 1,25 bood in 2006 een aantal malen steun en stelde ook ditmaal niet teleur. Rond dit niveau bevindt zich het eerste Fibonacci retracement level, gerekend vanaf de bodem in 2001 tot de top in 2008. Nadat de Federal Reserve de basisrente in december verlaagde tot een bandbreedte van 0% tot 0,25%, kreeg de euro een kortstondige positieve impuls. Het herstel reikte echter niet verder dan circa $ 1,47, waarna de euro weer terrein verloor. Inmiddels heeft De ECB de rente eveneens agressief verlaagd met 50 basispunten naar 2%. Bezien we de ontwikkeling van de munt op lange termijn, dan springt een omgekeerde kopschouderformatie in het oog. De aanwezigheid van dit patroon biedt de euro opwaarts potentieel. Hierbij zijn twee niveaus van belang: enerzijds de meerjarige neklijn rond $ 1,35 en anderzijds de rechterschouder rond $ 1,15. De neklijn wordt momenteel aan een zware test onderworpen en lijkt te zwichten. Zolang de euro boven de rechterschouder blijft, is het patroon intact. Vooralsnog blijft de euro op zoek naar de volgende bodem.

