De S&P500 bereikte in maart het laagste niveau van de afgelopen 13 jaar, maar bleek vervolgens over opvallend veel veerkracht te beschikken. Het herstel dat in de maanden daarop volgde, is zeer indrukwekkend…. De S&P500 bereikte in maart het laagste niveau van de afgelopen 13 jaar, maar bleek vervolgens over opvallend veel veerkracht te beschikken. Het herstel dat in de maanden daarop volgde, is zeer indrukwekkend. De index kreeg eind mei een koopsignaal van de Coppock-indicator. Deze indicator geeft aan wanneer de rouwperiode op de beurs voorbij is. Deze indicator werd ontwikkeld door de Amerikaanse econoom Edwin Coppock en is geïntroduceerd in 1962 in een artikel in Barron’s Magazine. Volgens onderzoek stegen de koersen 16 van de 17 jaren na het gegeven signaal. Inmiddels is de index erin geslaagd om een belangrijke barrière, zijnde de neklijn van het omgekeerde hoofdschouderpatroon, te doorbreken. Hiermee is het bodemproces voltooid, zodat op termijn een verdere koersstijging mag worden verwacht. De S&P500 worstelt momenteel met de 1000-puntengrens, een belangrijke psychologische barrière. De vraag is of de index deze horde in één keer weet te nemen of dat een nieuwe aanloop nodig is.

