Wat men momenteel ook van de beurs mag zeggen, hij is in ieder geval nog niet bezweken onder de golf van slecht nieuws de afgelopen weken. Natuurlijk is het verre van plezierig toeven in deze uiterst ruige… Wat men momenteel ook van de beurs mag zeggen, hij is in ieder geval nog niet bezweken onder de golf van slecht nieuws de afgelopen weken. Natuurlijk is het verre van plezierig toeven in deze uiterst ruige omgeving maar de dieptepunten die eerder deze zomer werden neergezet hebben tot op heden standgehouden. Toch is de huidige baissemarkt onderhand aangeland op een kritisch punt.
De “nationalisatie” van de beide hypotheekbanken Freddie Mac en Fannie Mae hebben weliswaar tot een heftige opleving geleid maar het optimisme ebde gedurende de eerste dag reeds voor een deel weer weg om de volgende dagen al weer plaats te maken voor wederom dalende koersen. Juist de korte duur van dit soort oplevingen is een reden van zorg. Het betekent dat ieder herstel op de beurs nog steeds wordt aangegrepen door beleggers die graag van hun stukken afwillen. Het kenmerk van een baissemarkt.
Steeds meer signalen duiden op een toenemende reden tot bezorgdheid. Aandelen uit economisch gevoelige sectoren zoals staal en bouw gaan onderuit. Energie-aandelen zijn al langer goedkoop maar worden steeds goedkoper. De financiële waarden hebben hun kortstondige rally al weer zien verdampen en er blijken in deze sector telkens weer nieuwe lijken uit nieuwe kasten te rollen. Ook de aandelen uit een cyclische sector met een economisch voorspellende waarde als de halfgeleiders zijn door hun bodem gezakt en hebben inmiddels het niveau van 2003 weer bereikt.
Banken en halfgeleiders worden normaal gesproken verondersteld een herstel op de beurs aan te voeren. Daar is tot op heden weinig sprake van. In sterke markten hebben small caps de neiging large caps te outperformen. Hoewel beleggers in small caps dit jaar nog wel beter af zijn dan beleggers in large caps is ook hier sprake van een daling door de eerder deze zomer ingezette opgaande trendlijn. Iedere keer wanneer de beurs enigszins opveert wordt het herstel door steeds minder aandelen gedragen. Ook het aantal verschillende sectoren dat ieder volgend herstel ondersteunt wordt steeds kleiner. Terwijl op neergaande dagen de beurzen sectorbreed onderuit gaan.
En verder zijn ook de volumes op dalende dagen nog lang niet van het niveau van eerdere bodems in januari en maart. Dat duidt op het vooralsnog uitblijven van een zogenaamde selling-climax. Meestal wordt de bodem gekenmerkt door een totale uitverkoop waarna de beurs vervolgens een paar dagen weer hard oploopt. Dat heeft nog niet plaatsgevonden. Nu hoeft een dergelijke wash-out sale niet per definitie te gebeuren. Misschien verloopt het proces van bodemvorming deze keer wel “gelijkmatiger” voorzover we daar met deze volatiliteit nog van kunnen spreken.
Het heeft er echter veel van weg dat de baissemarkt nog niet helemaal over is. De beurzen hebben inmiddels wel een kritiek punt bereikt. In de eerste plaats is dat het eerder gerealiseerde laagste punt daterend van afgelopen maand juli. Ten tweede dreigen de beurzen de reeds meer dan 25 jaar durende opgaande trend sinds 1983 te gaan verlaten. Gesp in dat laatste geval uw riemen nog eens goed vast. Maar zover is het nog niet. En hoeft het ook niet te komen. De enorme koersval op de grondstoffenmarkt lijkt een einde te hebben gemaakt aan de opgelaaide inflatievrees. Dat geeft de centrale banken weer wat lucht om de rente op termijn wat te verlagen. Voor de huizenmarkt is dat in ieder geval goed nieuws.
