Het cijfer dat niemand had ingecalculeerd
Spanje noteerde onverwacht een inflatie van 5%. België klom sinds februari van amper anderhalf procent naar bijna 5%, een verdrievoudiging in een paar maanden tijd. Beide landen zaten ruim boven wat economen hadden verwacht, en dat soort verrassingen doet iets met de markt.
Je kunt dit niet wegzetten als een lokale uitschieter. Twee eurolanden, twee keer hetzelfde patroon, binnen dezelfde periode. Als het een land was geweest, praten we over een boekhoudkundige afwijking. Bij twee landen tegelijk begint het op een trend te lijken.
De gemene deler is energie. De Iran-oorlog en de schokken die daaruit voortkomen, duwen energieprijzen weer omhoog, en energie zit in de kostprijs van vrijwel alles wat je koopt. Dat is precies het mechanisme dat inflatie in de jaren zeventig ook liet ontsporen.
Waarom de ECB hier niet omheen kan
De Europese Centrale Bank bouwde het rentebeleid van de afgelopen periode op de aanname dat inflatie onder controle was en dat de rente daarom kon dalen of stabiel kon blijven. Die aanname staat nu onder druk. Als twee eurolanden tegelijk boven de 4,5% procent inflatie uitkomen, wordt het lastig vol te houden dat het probleem is opgelost.
Dat betekent niet automatisch dat de ECB morgen de rente verhoogt. Maar de kans dat ze moet bijsturen, of op zijn minst de verwachte renteverlagingen uitstelt, is reëel toegenomen. En dat is precies waar het voor jou als spaarder en belegger interessant wordt.
Een centrale bank die twijfelt tussen groei stimuleren en inflatie bestrijden, is een centrale bank die de markt onzeker maakt. En onzekerheid vertaalt zich direct in bewegingen op de obligatiemarkt en in de hypotheekrente.
Wat dit betekent voor jouw hypotheek en je spaargeld
Stijgende inflatieverwachtingen duwen doorgaans de rente op langlopende obligaties omhoog, en de Nederlandse hypotheekrente beweegt grotendeels mee met die obligatierente. Merk je nu al dat je hypotheekofferte duurder uitvalt dan een paar maanden geleden? Dit is een deel van de verklaring.
Voor je spaargeld geldt het omgekeerde probleem. Als de inflatie harder stijgt dan de rente die je bank je geeft, verliest je koopkracht in stilte terrein. Je saldo blijft hetzelfde, maar wat je ermee kunt kopen, wordt elke maand een beetje minder. Dat voelt niet als verlies, maar het is wel verlies.
Het is dezelfde dynamiek die in de jaren zeventig spaarders hard raakte. Toen dachten mensen ook dat een prijsschok tijdelijk was, tot bleek dat energie jarenlang de inflatie hoog hield.
Stagflatie is weer een woord dat je hoort vallen
De combinatie van hogere inflatie en een economie die niet hard genoeg groeit om die inflatie te compenseren, heeft een naam: stagflatie. Het is een scenario waarin traditioneel sparen je koopkracht ondermijnt en waarin de gebruikelijke oplossing, de rente verhogen, ook de economische groei afremt.
Of we daadwerkelijk in zo’n scenario belanden, is nog niet zeker. Eén onverwacht cijfer in twee landen is geen bewijs van een structurele trend. Maar het narratief van ‘inflatie is verslagen’ heeft in elk geval een flinke deuk opgelopen, en dat alleen al verandert hoe voorzichtig beleggers en centrale bankiers de komende maanden zullen opereren.
