De S&P500 bereikte in maart het laagste niveau van de afgelopen 13 jaar, maar bleek over opvallend veel veerkracht te beschikken. In mei kreeg de brede Amerikaanse index steun van de Coppock-indicator… De S&P500 bereikte in maart het laagste niveau van de afgelopen 13 jaar, maar bleek over opvallend veel veerkracht te beschikken. In mei kreeg de brede Amerikaanse index steun van de Coppock-indicator die een koopsignaal genereerde. Deze indicator werd ontwikkeld door de Amerikaanse econoom Edwin Coppock en geeft aan wanneer de rouwperiode op de beurs ten einde is. De indicator werd geïntroduceerd in 1962 in BarronÂ’s Magazine en blijkt zeer betrouwbaar: de S&P500 steeg 16 van de 17 jaren nadat het koopsignaal werd gegeven. Eind juli slaagde de index erin de neklijn van het omgekeerde hoofd-schouderpatroon te doorbreken. Hiermee werd een bodempatroon voltooid. De brede index trok vervolgens de stijgende lijn door, wat bij tijd en wijle gepaard ging met correcties. De S&P500 houdt zich nog altijd goed, ondanks de problemen in Dubai, Griekenland en Spanje. De index scherpte begin december zelfs weer het record van 2009 verder aan. Het 50% Fibonacci retracement level, gemeten vanaf de top van 2007 tot aan de bodem in maart 2009, zorgt de afgelopen weken echter voor behoorlijk wat weerstand.

