De ergste beursdag sinds 1968
IBM verloor op één dag een kwart van zijn beurswaarde. Niet sinds 1968 zag het bedrijf zo’n klap. Dat is geen gewone tegenvaller, dat is een historisch moment voor een bedrijf dat al meer dan honderd jaar bestaat.
De cijfers vielen tegen en de markt reageerde meedogenloos. Maar het interessante zit niet in het slechte kwartaal zelf. Het zit in wat dit zegt over waar het AI-geld daadwerkelijk naartoe stroomt.
Want IBM noemt zichzelf al jaren een AI-bedrijf. Software, consulting, cloud, alles met een AI-sausje erover. En toch werd het bedrijf hard afgestraft, terwijl de AI-hype op de beurs voller lijkt dan ooit.
Hardware eet iedereen op
MarketWatch omschreef het treffend: hardware ‘eet ieders lunch op’. De AI-boom draait namelijk niet om slimme software die overal wordt uitgerold. Hij draait om chips, servers en datacenters die gebouwd moeten worden voordat er ook maar één AI-toepassing draait.
Dat betekent dat het geld eerst naar de fabrikanten van rekenkracht gaat. Naar de bedrijven die de fysieke infrastructuur leveren. Pas daarna, als die infrastructuur staat, kan software daarop gaan verdienen.
IBM zit in die tweede categorie. Consulting, softwarelicenties, adviesdiensten rond AI. Precies het segment dat nu moet wachten tot de hardwaregolf is uitgerold, terwijl de rekening van investeerders inmiddels wordt gepresenteerd.
De dotcom-parallel die je niet mag negeren
Rond 2000 en 2001 zag je iets vergelijkbaars. De internetrevolutie was echt, het internet veranderde daadwerkelijk alles. Maar niet elk bedrijf met ‘e-‘ in de naam profiteerde gelijk. De infrastructuurbedrijven en een handvol winnaars trokken aan het langste eind, terwijl een leger van hypebedrijven uiteindelijk verdween.
Dat is de les die IBM nu pijnlijk illustreert. De AI-boom is waarschijnlijk net zo echt als de internetrevolutie destijds. Maar ‘echt’ en ‘iedereen profiteert gelijk’ zijn twee heel verschillende dingen.
Wie nu belegt in een brede tech-ETF of index, denkt vaak mee te liften op de hele AI-golf. In werkelijkheid zit die ETF vol met bedrijven die in heel verschillende schakels van die keten zitten, met heel verschillende uitkomsten.
Wat dit betekent voor jouw portefeuille
Als je tech-ETF’s aanhoudt of individuele posities in gevestigde namen als IBM, is dit het moment om eens goed te kijken waar het bedrijf precies in de AI-keten staat. Bouwt het de chips? Levert het de servers? Of verkoopt het diensten die afhankelijk zijn van infrastructuur die anderen neerzetten?
De belegger die alleen het label ‘AI-aandeel’ ziet, loopt het risico dezelfde klap te voelen als IBM-aandeelhouders nu meemaken. De belegger die de keten begrijpt, ziet waar de winst nu concreet wordt gemaakt en waar die pas later, of misschien nooit, terechtkomt.
Dat verschil tussen hype herkennen en de onderliggende kasstroom begrijpen, is precies waar rendement en teleurstelling elkaar kruisen.
