{jcomments off}
Beleggen in alternatieve beleggingen is door de kredietcrisis wat in ongenade geraakt. Dat is onterecht. Bepaalde alternatieve vorm van beleggen zijn juist een welkome aanvulling op de portefeuille, niet alleen wat betreft rendement, ook wat betreft risicospreiding.
Er wordt in de praktijk nogal eens verschillend gedacht over de definitie van…
Beleggen in alternatieve beleggingen is door de kredietcrisis wat in ongenade geraakt. Dat is onterecht. Bepaalde alternatieve vorm van beleggen zijn juist een welkome aanvulling op de portefeuille, niet alleen wat betreft rendement, ook wat betreft risicospreiding.
Er wordt in de praktijk nogal eens verschillend gedacht over de definitie van alternatieve beleggingen. Sommigen scharen hieronder alle vormen van beleggen die niet hetzelfde zijn als de traditionele vormen van beleggen, te weten aandelen en obligaties. Ook vastgoed, grondstoffen, private equity (durfkapitaal) en hedgefondsen worden dan als alternatieve vormen van beleggen gezien.
We zullen dit de ruime definitie van alternatief beleggen noemen. Daarnaast is er nog een engere definitie, waarbij alleen hedgefondsen weer als alternatief worden gezien. We gaan in een reeks van vier artikelen nader in op het fenomeen hedgefondsen. Welke er zijn en welke er juist een goede aanvulling zijn op een traditionele beleggingsportefeuille, die bij de grootbanken standaard bestaat uit aandelen en obligaties, soms aangevuld met vastgoed.
Overigens is het belangrijk nog even vast te stellen dat hedgefondsen door vooral academici niet worden gezien als een aparte beleggingscategorie of asset class. Hedgefondsen beleggen namelijk meestal in de traditionele beleggingscategorieën als aandelen en obligaties, rechtstreeks of middels derivaten op aandelen en obligaties.
Hedgefondsen zijn dan niets anders dan (zeer) actieve aandelen-, obligatie- of mixfondsen, als ze zich richten op meerdere assetcategorieën. Ze zitten dus niet louter long door het kopen van de onderliggende waarden, maar ook short.
Vijf kenmerken
Eén van de belangrijkste kenmerken van hedgefondsen is daarmee genoemd: actief beleggingsbeleid waarbij regelmatig ook short wordt gegaan. De mogelijkheid om short te gaan, opent de weg naar een potentieel rendement dat marktonafhankelijk is.
Dat wil zeggen dat hedgefondsen in principe zullen proberen in alle typen marktomstandigheden geld te verdienen. Als de markten dalen, worden er bijvoorbeeld aandelen shortgegaan, of worden er putopties gekocht of futures verkocht. Er wordt met andere woorden absolute return nagestreefd.
Een derde kenmerk van hedgefondsen zit hem in de beloningsstructuur van de fondsbeheerder. Naast een beheersvergoeding wordt er een bijna altijd een prestatievergoeding (performance fee) gevraagd. Bekend in de hedgefondsenindustrie is de zogeheten 2/20-regel, waarbij de beloning van de beheerder bestaat uit 2% beheersfee en 20% performance fee. Bij dat laatste wordt 20% van de behaalde winst uitbetaald aan de beheerder.
Een vierde kenmerk dat vaak aan hedgefondsen wordt toegekend, is het gebruik van een hefboom (leverage). Een hefboom is inherent aan gebruik van derivaten, maar ook hedgefondsen die geen derivaten gebruiken, kunnen een hefboom hebben, als bijvoorbeeld het hedgefonds op iedere euro die wordt ingelegd krediet vraagt bij een bank.
Bij een hefboom van vijf wordt er dan op iedere euro inleg, vier euro bijgeleend, om zo extra te kunnen beleggen. In potentie kan dan vijfmaal zoveel rendement worden gemaakt, even de discussie over de leenkosten buiten beschouwing latend.
Een vijfde kenmerk is dat de meeste hedgefondsen modelmatig ofwel gestructureerd werken. Op basis van een bepaald beleggingsmodel worden aan- en verkoopbeslissingen genomen, ten einde de markten waarin belegd wordt te verslaan.
Stresstest 2008
Hedgefondsen zijn aan een enorme opmars begonnen in de eerste grote bearmarkt na het knappen van de internetzeepbel in 2000. Tot dat moment waren het vooral de grote gespecialiseerde beleggers, meestal instituten die er in belegden. Daarna zagen we ook de particuliere beleggers toestromen. Zij kregen genoeg van de negatieve rendementen van vooral aandelen in de jaren 2001 en 2002.
De meeste hedgefondsen bleken toen inderdaad in staat om absolute rendementen te boeken. In 2008, een bijzonder beleggingsjaar, niet in de laatste plaats omdat het behoorde bij een van de meest dramatische uit de beursgeschiedenis, bleken veel hedgefondsstijlen geen positieve rendementen te kunnen boeken. Onderstaande opsomming van rendementen van diverse stijlen in 2008 spreekt wat dat betreft boekdelen:
Emerging markets => -30,4%
Equity market neutral => -40,3%
Convertible arbitrage => -31,6%
Dedicated short bias => +14,9% (2009: –25,0%)
Event driven => -17,7%
Fixed Income arbitrage => -28,8%
Global macro => -4,6%
Long/short equity => -19,8%
Multi-strategy => – 23,6%
Managed futures => +18,3% !!! (absolute return)
Er waren maar twee stijlen die een positief resultaat boekten: dedicated short bias en managed futures. Dat fondsen die overwegend short zitten (dedicated short bias) winst maakten is logisch, maar de vraag is natuurlijk wat je aan dergelijke fondsen hebt, zodra de markt weer sterk steeg, zoals in 2009. Toen behaalden deze fondsen – logisch ook – een rendement van -25%.
Managed futures, fondsen die met derivaten inspelen op technische koerstrends in de markt, presteerden in 2008 ook uitstekend. In 2009 deden deze fondsen het niet zo goed, maar wisten, in tegenstelling tot dedicated short bias, nog net positieve rendementen te schrijven, althans kijkend naar de indices.
De meeste hedgefondsen (ongeveer 40%) zijn van de vorm long/short equity. Deze fondsen hadden het moeilijk in 2008. Dat was – kijkend naar de stijl waarbij zowel aandelen long als short wordt gegaan – op het eerste gezicht merkwaardig. Het slechte resultaat hier, hetgeen een negatieve stempel drukte op de hele hedgefondsenindustrie, kwam door drie oorzaken.
Per saldo bleken de meeste hedgefonsden in het segment long/short equity meer longposities te hebben. Eigenlijk vielen veel fondsen hier toch wel een beetje door de mand. Ten tweede werden deze fondsen in 2008 gefrustreerd, omdat de autoriteiten meerdere malen short gaan aan banden legden.
En ten derde bleek dat 2008 een volkomen irrationeel jaar. De beste aandelen werden verkocht omdat die konden worden verkocht, terwijl voor slechtste aandelen geen markt was. Als je dan een model hebt waarbij je de beste aandelen koopt en de slechtste verkoopt, dan zit je dus snel met de spreekwoordelijke gebakken peren.
Tot besluit, vervolg
De hier besproken rendementen betreffen indices. Er valt het nodige af te dingen op indices. De hedgefondsenindustrie heeft nog weleens de neiging die iets mooier voor te stellen dan de werkelijkheid. We gaan in een volgend artikel in op een aantal index-biases.
In een derde artikel gaan we in op managed futures, een hedgefondsstijl die eigenlijk als enige de belofte van absolute return heeft ingelost. We gaan dan nader in op hoe deze fondsen werken en welke substijlen er hier zijn. Tot slot behandelen we in een vierde artikel de specifieke rendements- en risicoaspecten die verbonden zijn aan managed futures, en gaan we in op zaken als volatiliteit, drawdown en skew.
Harry Geels
Inmaxxa
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.
