De afgelopen jaren hebben beleggers fantastische rendementen behaald.
Het is nog steeds de zon die schijnt op de aandelenmarkten, ook al zijn er wat donkere wolken zo hier en daar. Sinds… De afgelopen jaren hebben beleggers fantastische rendementen behaald.
Het is nog steeds de zon die schijnt op de aandelenmarkten, ook al zijn er wat donkere wolken zo hier en daar. Sinds begin dit jaar is het weer volop feest. Al helemaal als u in China-fondsen en Azië-fondsen bent gestapt. Die fondsen boekten in de eerste elf maanden van dit jaar ongelooflijke rendementen. En die fondsen deden het vorig jaar ook al goed.
Jeroen Vetter
SNS Fundcoach
Logisch dat sommige beleggers het wat heet onder de voeten krijgen en zich beginnen af te vragen of het feest niet zo’n beetje over is. Andere beleggers staan aan de zijlijn en vragen zich af of dit nu wel een gunstig moment is om in te stappen.
Markttiming
Zie hier het eerste gevaar: markttiming. Beleggers verkopen al hun beleggingen en wachten vervolgens af. Wachten op een correctie, omdat die volgens hen nu toch echt moet komen. Maar tot hun verbazing zien ze dat de beleggingsfondsen die ze verkocht hebben nog vrolijk verder stijgen.
Irrationeel gedrag, denken veel beleggers dan. Veel te hoog, kan alleen maar naar beneden. Maar nee, inmiddels zijn ze al 20 procent rendement misgelopen, omdat ze dachten slimmer te zijn dan de markt. Dus na een aantal maanden besluiten ze toch maar weer in te stappen. En drie keer raden wat er dan gebeurt…
Het continu juist timen van de markt kan zelfs de beste belegger niet. Zelfs niet met de mooiste, technische analysesoftware die veel particuliere beleggers gebruiken. Zelfs kwantitatieve computermodellen die sommige professionele beleggers gebruiken, zitten er soms faliekant naast. De correctie van juli en augustus dit jaar als gevolg van de kredietcrisis is er een mooi voorbeeld van.
Rendementjagers
Een tweede gevaar waar relatief veel beleggers zich onbewust aan blootstellen is dat ze rendementjagers zijn. Ze verkopen fondsen, die naar hun mening niet hard genoeg stijgen en kopen andere fondsen met recent hoger behaalde rendementen.
Dit jagen op rendement leidt uiteindelijk tot frustraties. Achteraf blijkt altijd dat ze ergens in de wereld een nog beter rendement hadden kunnen halen. Deze jachttocht is een self-fulfilling prophecy en leidt uiteindelijk tot het tegenoverstelde. Beleggers nemen hierdoor enorme risico’s, bijvoorbeeld omdat ze fondsen verkopen die eigenlijk heel goed zijn gepositioneerd maar (in hun ogen) achterblijven bij de verwachtingen of rendementen uit voorgaande jaren. We zien dat bijvoorbeeld met fondsen die zich richten op Oost-Europa. Beleggers zien Azië harder groeien en stoppen hun geld daarin zonder zich ook maar druk te maken over waarderingen in Azië versus Oost-Europa.
Een tweede risico van het jagen op rendement is dat risico’s zich opstapelen. Zo sprak ik onlangs een belegger die zijn beleggingsstrategie puur heeft gebaseerd op wat hij noemde winnaars. Hij heeft veel opkomende markten-fondsen aangevuld met specifieke landen- en sectorfondsen. Deze belegger had onlangs een Brazilië-fonds gekocht en een fonds dat belegt in de mijnbouwsector. Daarnaast had hij al een aantal emerging market-fondsen. Hierdoor bereikt hij geen risicospreiding, maar stapelt hij risico op risico.
In vrijwel al zijn fondsen komt het aandeel van Companhia de Vale Rio Doce, een Braziliaans mijnbouwbedrijf en de grootste leverancier van ijzererts in de wereld, voor. Waarom zitten al deze beleggingsfondsen in dit aandeel? Niet omdat de beleggingsfondsen niet origineel genoeg zijn, maar omdat ijzererts uit Brazilië de hoogst mogelijke kwaliteit heeft. Staalfabrikanten kopen altijd Braziliaans ijzererts en mengen dit met ijzererts uit bijvoorbeeld Australië van mindere kwaliteit.
Ook het eveneens Braziliaanse Petrobras zit in meerdere fondsen en zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen. Met andere woorden: er is heel veel overlap (en dus een hoge correlatie) tussen de verschillende beleggingsfondsen in de portefeuille van deze belegger.
Oplossing
Gelukkig is er ook een groot aantal verstandige beleggers die een goede balans weten te vinden tussen angst en hebzucht. Ze hebben vaak hun portefeuille breder gespreid en wedden op meerdere paarden. Hieronder een aantal praktische tips:
1) Neem winst als een fonds heel hard is gestegen. Hiervoor hoeft u niet het gehele fonds te verkopen, maar kunt u een gedeelte verkopen en de rest laten ‘doorrollen’ als het fonds nog steeds goede vooruitzichten heeft. Opkomende markten-fondsen hebben dat zeker.
2) Koop van de winst eventueel de fondsen (die relatief achterblijven) bij om zo weer balans aan te brengen in de portefeuille. Hiervoor kunt u bijvoorbeeld gebruik maken van het 10 procent principe (zie mijn column van januari ’07).
3) Als u instapt, bouw uw belang in de door u geselecteerde fondsen dan geleidelijk op. Er is nog behoorlijk wat onrust in de markt en niemand weet exact welke kant het opgaat op de korte termijn. Begin volgend jaar als alle banken hun jaarcijfers over 2007 presenteren, komt er meer duidelijkheid over wie nu echt de slachtoffers zijn van de kredietcrisis. Om te vermijden dat u ‘te hoog’ instapt, kunt u besluiten om bijvoorbeeld een paar maanden lang elke maand een gelijk bedrag in het fonds te beleggen, totdat u het gewenste belang heeft opgebouwd.
4) Zorg dat u eventueel wat geld aan de zijlijn heeft staan om in tijden van een correctie bij te kopen. Emerging market-fondsen worden tijdens correcties vaak extra hard getroffen. Vaak ten onrechte (omdat de landen en/of bedrijven niet direct iets te maken hebben met de correctie), omdat ze indirect getroffen worden. Als er een correctie in de markt is, moeten veel (professionele) beleggers hun verliezen compenseren. Dit doen zij vaak door aandelen te verkopen, waarop flinke winst is gemaakt.
5) Last but not least: accepteer dat u altijd een beter rendement had kunnen maken. Maar op lange termijn wordt uw rendement niet bepaald door het fonds dat u van vandaag op morgen koopt, maar hoe u uw portefeuille heeft verdeeld op lange termijn. Zorg daarom voor een paar goede basisfondsen (wereldwijde fondsen), die een behoorlijk deel van uw portefeuille uitmaken. Op die manier heeft u voor een deel van uw portefeuille al een zorg minder.
Jeroen Vetter
Jeroen Vetter is directeur van SNS Fundcoach en geeft maandelijks in deze column zijn visie over beleggen en daaraan gerelateerde onderwerpen alsmede veel gestelde vragen van beleggers. Jeroen Vetter schrijft zijn columns op persoonlijke titel en zijn beloning staat/stond/zal niet direct of indirect in relatie (staan) met zijn specifieke aanbevelingen of standpunten in deze column. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Iedere belegging die u overweegt, dient u te toetsen aan uw persoonlijk beleggersprofiel of te bespreken met uw beleggingsadviseur.
