De pomp in Amerika slaat door het plafond
Dieselprijzen in de Verenigde Staten bereikten recent een all-time high van $6,31 per gallon. De directe aanleiding is de oorlog rond Iran, die de olievoorziening onzeker maakt en de prijs per vat opjaagt. Voor Amerikaanse huishoudens komt dit niet alleen, want de dieselprijs stijgt tegelijk met de rente. Die combinatie wordt door analisten omschreven als een dubbele klap, en volgens een schatting loopt de extra last op tot ongeveer $1.700 per huishouden.
Transportbedrijven, die vaak de eerste zijn om prijsschokken te voelen, trekken inmiddels zelf aan de bel. Zij noemen de situatie ronduit onwerkelijk, en dat is veelzeggend. Transport is de ruggengraat van elke economie. Als vrachtwagens duurder gaan rijden, wordt dat vroeg of laat doorberekend in alles wat ze vervoeren.
Waarom dit meer is dan een Amerikaans probleem
De vraag die nu bij economen leeft, is of dit een tijdelijke schok blijft of het begin is van iets structureels. Duurdere diesel duwt de transportkosten omhoog. Hogere transportkosten duwen de prijzen in de winkel omhoog. En hogere winkelprijzen voeden opnieuw de inflatieverwachting, waardoor werknemers hogere lonen eisen en bedrijven die lonen weer doorberekenen.
Dit patroon heeft een naam, en die naam is tweede-ronde-effecten. Het is precies het mechanisme dat in de jaren zeventig, tijdens de oliecrisis, leidde tot een lange periode van stagflatie. Hoge inflatie en trage groei tegelijk, zonder dat centrale banken daar makkelijk uitkwamen. Niemand zegt dat we daar nu weer instappen, maar het patroon van olieprijs naar transportkosten naar consumentenprijzen is hetzelfde patroon dat toen ontspoorde.
Wat dit voor Nederlandse portemonnees kan betekenen
Nederland importeert energie en is voor transport net zo afhankelijk van diesel als de Verenigde Staten. Als olieprijzen wereldwijd oplopen door de spanningen rond Iran, voelt de Nederlandse pomphouder dat net zo goed als de Amerikaanse. En de Nederlandse supermarkt voelt het weer via de vrachtwagen die de schappen vult.
Daarmee raakt dit direct aan de koopkrachtplaatjes die elk jaar rond Prinsjesdag worden gepresenteerd. Die plaatjes gaan uit van een bepaalde inflatieverwachting, en als energie en transport duurder worden dan voorzien, verschuift de rekensom. De ECB heeft de afgelopen periode de boodschap uitgedragen dat inflatie onder controle is. Een hernieuwde energieschok zet die boodschap onder druk, en dat raakt uiteindelijk de rente op je hypotheek, je spaarrekening en je pensioenpot.
Wat je hiervan meeneemt als belegger
Voor wie belegd vermogen opbouwt, is dit een signaal om niet blind te varen op de aanname dat inflatie een afgesloten hoofdstuk is. Energie blijft een van de meest onvoorspelbare knoppen in de wereldeconomie, en geopolitieke spanningen kunnen die knop in dagen omdraaien. Wie zijn portefeuille spreidt over sectoren en regio’s, staat sterker als deze schok zich vertaalt naar bredere prijsstijgingen.
Het is ook een herinnering dat spaargeld op een rekening geen bescherming biedt tegen dit soort schokken. Als de kosten voor levensonderhoud sneller stijgen dan de rente die je ontvangt, verlies je koopkracht zonder dat je daar iets tegen kan doen. Dat is precies waarom ik in mijn gratis live training op donderdag om 9:00 uur laat zien hoe je met 10 wetenschappelijk bewezen strategieën je geld wel voor je laat werken, ook in tijden van hernieuwde inflatiedruk. Aanmelden kan via deze affiliate link.
Denk jij dat de huidige oliespanning uitmondt in structurele inflatie, of trekt de markt dit vanzelf weer recht?
