Foute metaforen (Brecht Arnaert)

geld printen

Het naoorlogse monetaire beleid is simplistisch: komt er een economische crisis, dan doe je als overheid meer uitgaven. Dat zorgt voor werkgelegenheid en consumptie en zo “zwengel” je de “sputterende motor” weer aan. Dat discours gaat nu al 50 jaar mee: er wordt mechanische beeldtaal gebruikt, alsof de economie een machine was.
Dat is niet zo. De economie is een levend organisme, dat net zoals wij soms fris en opgewekt kan zijn, of net vermoeid en verzuurd. Het heeft een hartslag en cycli, organen en uitwerpselen, en het kan zich bezatten, waarna een kater volgt. Terwijl we zelfs in de fysica – die ooit als de “meest exacte der wetenschappen” werd beschouwd – de moderne en dus hopeloos saaie Newtoniaanse concepten al lang achter ons hebben gelaten, is dat geluk de economische wetenschap dus nog niet te beurt gevallen.
Nog steeds moet de economie dus “zuurstof” worden toegediend, alsof die niet zélf kan ademen. Als men dus dat discours hanteert, besef dan goed dat men opnieuw een mechanische metafoor voor ogen heeft: net zoals je in auto’s een turbo hebt die extra zuurstof in de brandstof brengt, leeft men in de waan dat de injectie van fiat geld ’s lands economie verrijkt. De idiotie! Men verwatert net het bloed in de geldomloop. En dat terwijl de atleet sneller moet rennen!
Om u maar te zeggen: onze intellectuele elite is knotsgek.
Lees verder