Mijn artikel over de voorkoming van kwaadaardige kanker heeft rimpelingen veroorzaakt. Dat is een goede zaak. Ik kreeg als reactie op mijn artikel een bericht uit september van dit jaar. Dat bericht was een reactie op een onderzoek uit 2005. Zulke berichten moeten we samen delen, want ‘rijk worden’ is meer dan ‘meer geld’ krijgen. Meer kennis en inzicht is ook rijker worden.
Een belangrijk bericht, want Canadese onderzoekers wisten naar eigen zeggen een eenvoudige remedie tegen enkele soorten kanker te ontwikkelen. Een opzet zonder de extreme bijwerkingen die we zien bij de reguliere medicijnen en daarbij ook nog betrekkelijk eenvoudig.
Het gaat om het gebruik van dichloorazijnzuur (DCA). DCA is een soort zout heb ik me laten vertellen.
Bij een test op enkele mensen bleek het long, borst en hersen kankercellen aan te vallen en liet de gezonde cellen met rust.
Ook een wetenschappelijkere test bij ratten was zeer succesvol.
Waarom werkt het volgens de Canadezen?
Reguliere medicijnen werken in op glycolyse die de in de ogen van de pharma industrie ‘beschadigde’ mitochondriën actief moet maken. Dat lukt maar ten dele. Mede omdat ze vaak niet beschadigd blijken te zijn.
DCA is niet afhankelijk van glycolyse maar direct van de mitochondriën. Het activeert ze direct, waarna ze beginnen met het aanvallen van de kankercellen.
Daarnaast zorgt het er voor dat we meer in balans met de natuur komen. Immers zijn we ooit voortgekomen uit de (zoute) zee en ons moderne leven heeft het zuur/zoutgehalte van ons lichaam aangepast. Dat ‘zout’ dus een verbetering van de gezondheid kan bewerkstelligen is heel in de basis geen grote verrassing.
Het proces is in Canada enkele keren succesvol toegepast en biedt dus enorme kansen om kanker veel menswaardiger te bestrijden.
Maar daarmee is slechts een eerste stap in een lange reis gemaakt.
Immers is een paar keer succes niet voldoende om al direct te spreken over ‘een wondermiddel’ tegen kanker. Er zal veel meer onderzoek gedaan moeten worden richting de doses en wat het precies doet. Een overdosis dichloorazijnzuur zal zeker ernstige bijwerkingen hebben, dus zelf wat experimenteren met deze stof is zeker geen goed idee.
Toch is één ding duidelijk geworden, de pharma industrie wil hier niet veel van weten. Heel simpel, de methode kan namelijk niet gepatenteerd worden. Ze kunnen er dus niet (zeker) genoeg aan verdienen en negeren daarom dit onderzoek.
Pharma bedrijven zijn er niet om patiënten beter te maken, ze zijn er om winst op medicijnen te maken.
Arts/onderzoekers van de pharma bedrijven zijn dan ook direct ingezet om dit prille onderzoek de bodem in te schrijven.
Zolang wij dat niet door hebben en niet zelf dan onderzoek financieren dat WEL in de juiste hoek verder gaat ontwikkelen, blijven we afhankelijk van deze smerige praktijken van de grote bedrijven.
Maar we hebben in Nederland het Wilhelmina kanker fonds! Wat doen die dan?
Vraag het ze maar, ze doen alleen maar zaken met de grote pharma bedrijven want in feite zijn ze slechts een extra winstbrenger voor die bedrijven. Ze betalen het onderzoek waarmee ze vervolgens goede sier maken, er patent op krijgen en ons daarna NOG een keer de zaak in rekening brengen zodra de medicijnen door patiënten gebruikt worden. Medicijnen met enorm ernstige bijwerkingen, maar omdat ze van de pharma bedrijven komen, is het toegestaan om ernstige bijwerkingen te hebben.
Dat Wilhelina kankerfonds is tot mijn grote spijt in mijn ogen één grote leugen. Het is een heel slimme manier om ons twee keer te laten betalen voor een behandeling die in feite amper nodig is als je direct goed geholpen zou worden. Het is een organisatie die gekoesterd wordt door die grote bedrijven, want zo’n mooie sponsor, dat is werkelijk zeldzaam.
Wordt er dan ‘niets’ gedaan met het Canadese onderzoek? Neen, dat is ook niet waar. Vooral studenten zijn er mee bezig en in ‘alternatieve’ kringen wordt er naar verwezen. Het is echter meer een exercitie om te onderzoeken, dan een exercitie om er betere medicijnen mee te ontwikkelen. Helaas is dat de bittere of moet ik zeggen ‘zoute’ waarheid.
