Voor het eerst in vijftien jaar grijpen twee landen samen in
Er gebeurde iets deze week dat de laatste vijftien jaar niet is voorgekomen. De Verenigde Staten en Japan grepen gezamenlijk in op de valutamarkt om de yen te ondersteunen. Niet Japan alleen, zoals bij eerdere interventies. Samen met Washington, met een expliciete waarschuwing dat er meer volgt als de markt het toch weer probeert.
Dat is geen technische bijstelling. Dat is een signaal dat de politiek een grens heeft getrokken die de markt niet meer mag negeren. Veertig jaar lang gold de yen als de valuta die je gebruikte om goedkoop te lenen en elders te beleggen, omdat niemand verwachtte dat er een bodem in zou worden gelegd. Die aanname staat nu ter discussie.
Het lijkt op wat er in 1985 gebeurde met het Plaza Akkoord, toen een groep grote economieën gezamenlijk besloot de dollar te verzwakken. Ook toen was het geen marktbeweging die vanzelf ontstond, maar een politieke beslissing die de markt vervolgens moest verwerken. De vergelijking met die periode duikt niet toevallig op in de analyses van de afgelopen dagen.
Wat de carry-trade was, en waarom die nu onder druk staat
De carry-trade werkt simpel. Je leent yen tegen een extreem lage rente, wisselt die om naar dollars of euro’s, en belegt het geld in iets dat meer oplevert. Amerikaanse obligaties, opkomende-marktenschuld, technologieaandelen, het maakt niet zoveel uit wat, zolang het rendement hoger ligt dan de rente die je in yen betaalt.
Die strategie werkte decennialang omdat de yen structureel zwak bleef. Bedrijven, hedgefondsen en ook institutionele beleggers bouwden posities op die uitgingen van die zwakte. Nu twee overheden tegelijk laten zien dat ze bereid zijn in te grijpen, verandert de rekensom. Een yen die plots kracht wint, maakt die geleende positie duurder om terug te betalen, en dat zet druk op alles wat met dat geleende geld gekocht is.
Strategen bij Bloomberg wijzen erop dat wie nu nog wedt tegen de yen een risico neemt dat groter is dan de afgelopen jaren, juist omdat de interventie een politieke wil laat zien die niet zomaar verdwijnt na één actie.
Wat dit betekent voor je pensioen en je beleggingen
De meeste Nederlandse beleggers denken niet dagelijks aan de yen. Toch loopt de blootstelling breder dan gedacht. Pensioenfondsen beleggen in obligaties van opkomende markten die deels gefinancierd zijn met yen-leningen. Indexfondsen bevatten Japanse exporteurs wier winst juist profiteert van een zwakke yen, en die winst kan onder druk komen als die zwakte wegvalt.
Als de carry-trade daadwerkelijk ontrafelt, gebeurt dat zelden rustig. Geleende posities worden dan versneld afgebouwd, wat extra verkoopdruk geeft op precies de beleggingen die met dat geleende geld zijn opgebouwd. Dat is geen ver-van-je-bed scenario. Het is een mechanisme dat via de obligatieportefeuille van je pensioenfonds of via een wereldwijd indexfonds gewoon je eigen rendement raakt.
Het is niet nodig om in paniek te raken, maar het is wel het moment om te kijken waar in je portefeuille verborgen yen-blootstelling zit. Fondsen die veel in Japanse exporteurs of in opkomende-marktenschuld beleggen, verdienen nu extra aandacht.
